BWBR0002593
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 5
Besluit overdracht contante waarden verplichtingen ongevallenverzekering aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds
1. De berekening der contante waarden als bedoeld in artikel 2, vindt plaats op basis van de grondslagen - met uitzondering van de rentevoet - die per 31 december 1961 ingevolge het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 26 juni 1962, nr. 3294, werden gebruikt voor de opstelling van de wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds.
2. De berekening der contante waarden als bedoeld in de artikelen 3en 4, vindt plaats op basis van de grondslagen - met uitzondering van de rentevoet - die per 31 december 1961 ingevolge het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 26 juni 1962, nr. 3294, werden gebruikt voor de opstelling van de wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds, met dien verstande, dat:
a. ten aanzien van het ontstaan van eventuele nagelaten betrekkingen met het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van de wet van 9 april 1959, Stb. 140, houdende een interimregeling inzake beperking van samenloop van pensioenen en uitkeringen ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet met renten en uitkeringen ingevolge de Ongevallenwetten, bijslagen op die renten en uitkeringen en toeslagen op renten krachtens de Invaliditeitswet, naar de op 1 januari 1967 geldende situatie wordt rekening gehouden;
b. voor zover het de in artikel 4 bedoelde gevallen betreft, bovendien een reductie van 2% wordt toegepast op het gedeelte der contante waarden, dat betrekking heeft op het ontstaan van eventuele nagelaten betrekkingen en bepaalde in de sterftekansen verwerkte veiligheidsmarges buiten toepassing worden gelaten.
2. De berekening der contante waarden als bedoeld in de artikelen 3en 4, vindt plaats op basis van de grondslagen - met uitzondering van de rentevoet - die per 31 december 1961 ingevolge het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 26 juni 1962, nr. 3294, werden gebruikt voor de opstelling van de wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds, met dien verstande, dat:
a. ten aanzien van het ontstaan van eventuele nagelaten betrekkingen met het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van de wet van 9 april 1959, Stb. 140, houdende een interimregeling inzake beperking van samenloop van pensioenen en uitkeringen ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet met renten en uitkeringen ingevolge de Ongevallenwetten, bijslagen op die renten en uitkeringen en toeslagen op renten krachtens de Invaliditeitswet, naar de op 1 januari 1967 geldende situatie wordt rekening gehouden;
b. voor zover het de in artikel 4 bedoelde gevallen betreft, bovendien een reductie van 2% wordt toegepast op het gedeelte der contante waarden, dat betrekking heeft op het ontstaan van eventuele nagelaten betrekkingen en bepaalde in de sterftekansen verwerkte veiligheidsmarges buiten toepassing worden gelaten.