BWBR0002568
Geldig vanaf 1997-09-12
Artikel 5a
Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. Vanaf het tijdstip waarop de Raad voor het Kwekersrecht van de houder van het kwekersrecht een door het Communautair Bureau voor Planterassen gewaarmerkt uittreksel uit het register van communautaire kwekersrechten heeft ontvangen, waaruit blijkt dat en op welk tijdstip voor het ras een communautair kwekersrecht is verleend, bedraagt de jaarcijns 25% van het in artikel 5genoemde bedrag, met dien verstande dat geen restitutie plaatsvindt over het op dat tijdstip nog niet verstreken gedeelte van de lopende periode van 12 maanden bedoeld in artikel 3.
2. Op het moment dat de duur van het communautaire kwekersrecht is verstreken of op het moment dat in het register van communautaire kwekersrechten aantekening is gedaan van afstand, verval of vernietiging van het kwekersrecht, is de in artikel 5genoemde jaarcijns van rechtswege verschuldigd, met dien verstande dat geen navordering plaats vindt over het op dat tijdstip nog niet verstreken gedeelte van de lopende periode van 12 maanden bedoeld in artikel 3.
3. De houder van het kwekersrecht stelt de Raad voor het Kwekersrecht binnen vier weken na het verstrijken van de duur van het communautaire kwekersrecht of na het tijdstip van afstand, verval of nietigheid van het communautaire kwekersrecht, hieromtrent schriftelijk in kennis.
4. Op een daartoe strekkend verzoek van de Raad voor het Kwekersrecht verstrekt de houder van het kwekersrecht een verklaring omtrent de inschrijving van het ras in het register van communautaire kwekersrechten, dan wel een recent uittreksel uit dit register waaruit de inschrijving blijkt.
2. Op het moment dat de duur van het communautaire kwekersrecht is verstreken of op het moment dat in het register van communautaire kwekersrechten aantekening is gedaan van afstand, verval of vernietiging van het kwekersrecht, is de in artikel 5genoemde jaarcijns van rechtswege verschuldigd, met dien verstande dat geen navordering plaats vindt over het op dat tijdstip nog niet verstreken gedeelte van de lopende periode van 12 maanden bedoeld in artikel 3.
3. De houder van het kwekersrecht stelt de Raad voor het Kwekersrecht binnen vier weken na het verstrijken van de duur van het communautaire kwekersrecht of na het tijdstip van afstand, verval of nietigheid van het communautaire kwekersrecht, hieromtrent schriftelijk in kennis.
4. Op een daartoe strekkend verzoek van de Raad voor het Kwekersrecht verstrekt de houder van het kwekersrecht een verklaring omtrent de inschrijving van het ras in het register van communautaire kwekersrechten, dan wel een recent uittreksel uit dit register waaruit de inschrijving blijkt.