BWBR0002568
Geldig vanaf 1997-09-12
Artikel 5
Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. De jaarcijns voor landbouwgewassen bedraagt:
a. voor de eerste periode € 162,23;
b. voor de tweede periode € 227,12;
c. voor de derde periode € 292,01;
d. voor de vierde periode € 389,34;
e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 551,57.
2. De jaarcijns voor groentegewassen bedraagt:
a. voor de eerste periode € 292,01;
b. voor de tweede periode € 421,79;
c. voor de derde periode € 551,57;
d. voor de vierde periode € 681,33;
e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 973,36.
3. De jaarcijns voor sier-, boomkwekerij- en bosbouwgewassen bedraagt:
a. voor de eerste periode € 129,78;
b. voor de tweede periode € 194,67;
c. voor de derde periode € 259,56;
d. voor de vierde periode € 324,45;
e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 454,23.
a. voor de eerste periode € 162,23;
b. voor de tweede periode € 227,12;
c. voor de derde periode € 292,01;
d. voor de vierde periode € 389,34;
e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 551,57.
2. De jaarcijns voor groentegewassen bedraagt:
a. voor de eerste periode € 292,01;
b. voor de tweede periode € 421,79;
c. voor de derde periode € 551,57;
d. voor de vierde periode € 681,33;
e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 973,36.
3. De jaarcijns voor sier-, boomkwekerij- en bosbouwgewassen bedraagt:
a. voor de eerste periode € 129,78;
b. voor de tweede periode € 194,67;
c. voor de derde periode € 259,56;
d. voor de vierde periode € 324,45;
e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 454,23.