BWBR0002568
Geldig vanaf 1997-09-12
Artikel 3
Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. De jaarcijns is bij vooruitbetaling verschuldigd over perioden van 12 maanden, voor de eerste maal voor de periode, aanvangende op de eerste van de maand volgende op die, waarin de inschrijving in het Nederlands Rassenregister plaatsvond, en zo vervolgens.
2. De verschuldigdheid eindigt zodra de duur van het kwekersrecht is verstreken of zodra in het Nederlands Rassenregister aantekening is gedaan van afstand, verval, of nietigverklaring van het kwekersrecht, onderscheidenlijk van de vervallenverklaring van de inschrijving, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, met dien verstande, dat geen restitutie plaatsvindt over het op dat tijdstip nog niet verstreken gedeelte der lopende periode van 12 maanden.
2. De verschuldigdheid eindigt zodra de duur van het kwekersrecht is verstreken of zodra in het Nederlands Rassenregister aantekening is gedaan van afstand, verval, of nietigverklaring van het kwekersrecht, onderscheidenlijk van de vervallenverklaring van de inschrijving, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, met dien verstande, dat geen restitutie plaatsvindt over het op dat tijdstip nog niet verstreken gedeelte der lopende periode van 12 maanden.