BWBR0002565
Geldig vanaf 08-10-2026
Artikel 215
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek
1. Het in artikel 629, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek genoemde tijdvak van zes weken, blijft van toepassing op de werknemer:
a. die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijk persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat als bedoeld in artikel 629, tweede lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel B, van de Wet aanpassing regeling dienstverlening aan huis; en
b. wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor het tijdstip, bedoeld in onderdeel a.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof is genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
a. die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijk persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat als bedoeld in artikel 629, tweede lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel B, van de Wet aanpassing regeling dienstverlening aan huis; en
b. wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor het tijdstip, bedoeld in onderdeel a.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof is genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
- Citeren als
- Art. 215
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002565
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl