BWBR0002564
Geldig vanaf 01-05-1983
Artikel 43
Mijnreglement continentaal plat
1. De bestuurders van een mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming moeten voor elke bij die onderneming in gebruik zijnde mijnbouwinstallatie in het bezit zijn van een verklaring van de Directeur van de technische dienst van ’s Rijks Kustverlichting, waaruit blijkt dat ten tijde, dat zij werd afgegeven, was voldaan aan de bij en krachtens de artikelen 41 en 42 gegeven voorschriften. In een zodanige verklaring kan worden bepaald, dat zij slechts geldig is tot een daarin aangegeven tijdstip.
2. Ter verkrijging van de in het eerste lid bedoelde verklaring dienen aan de Directeur van de technische dienst van ’s Rijks Kustverlichting de door hem te bepalen gegevens te worden verstrekt. Tevens dient aan hem, indien hij zulks verlangt, de desbetreffende apparatuur of een kenmerkend monster daarvan voor onderzoek op een door hem te bepalen plaats ter beschikking te worden gesteld.
3. De verklaring moet op een doelmatige plaats aanwezig zijn.
4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, van het eerste lid ontheffing verlenen.
2. Ter verkrijging van de in het eerste lid bedoelde verklaring dienen aan de Directeur van de technische dienst van ’s Rijks Kustverlichting de door hem te bepalen gegevens te worden verstrekt. Tevens dient aan hem, indien hij zulks verlangt, de desbetreffende apparatuur of een kenmerkend monster daarvan voor onderzoek op een door hem te bepalen plaats ter beschikking te worden gesteld.
3. De verklaring moet op een doelmatige plaats aanwezig zijn.
4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, van het eerste lid ontheffing verlenen.
- Citeren als
- Art. 43
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl