BWBR0002557
Geldig vanaf 1967-03-01
Artikel 8
Besluit ex artikel 28 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
Schuldvorderingen op naam der onderneming, als in artikel 6, eerste lid, letter d, bedoeld, kunnen door de Verzekeringskamer als waarden worden goedgekeurd, mits van de schuldvordering uit een schriftelijke schuldbekentenis of andere akte blijkt en in die schuldbekentenis of akte dan wel in een nadere schriftelijke overeenkomst is opgenomen:
a. dat de overeengekomen aflossingen en rentebetalingen op de overeengekomen vervaldagen niet zonder machtiging van de Verzekeringskamer aan de onderneming kunnen geschieden, wanneer de Verzekeringskamer aan de onderneming en aan de schuldenaar heeft kennis gegeven, dat een en ander slechts kan plaatshebben met haar schriftelijke machtiging;
b. dat extra-aflossingen of vervroegde rentebetalingen niet kunnen geschieden zonder schriftelijke machtiging van de Verzekeringskamer;
c. dat ten aanzien van schuldvordering geen overeenkomst wordt gesloten noch enigerlei rechtshandeling wordt verricht zonder schriftelijke machtiging van de Verzekeringskamer;
d. dat de schuldenaar zich nimmer op compensatie met een vordering van zijn zijde zal beroepen;
e. dat aflossingen en rentebetalingen, verricht in strijd met het bepaalde onder a en b, niet in mindering komen op de schuldvordering.
a. dat de overeengekomen aflossingen en rentebetalingen op de overeengekomen vervaldagen niet zonder machtiging van de Verzekeringskamer aan de onderneming kunnen geschieden, wanneer de Verzekeringskamer aan de onderneming en aan de schuldenaar heeft kennis gegeven, dat een en ander slechts kan plaatshebben met haar schriftelijke machtiging;
b. dat extra-aflossingen of vervroegde rentebetalingen niet kunnen geschieden zonder schriftelijke machtiging van de Verzekeringskamer;
c. dat ten aanzien van schuldvordering geen overeenkomst wordt gesloten noch enigerlei rechtshandeling wordt verricht zonder schriftelijke machtiging van de Verzekeringskamer;
d. dat de schuldenaar zich nimmer op compensatie met een vordering van zijn zijde zal beroepen;
e. dat aflossingen en rentebetalingen, verricht in strijd met het bepaalde onder a en b, niet in mindering komen op de schuldvordering.