BWBR0002557
Geldig vanaf 1967-03-01
Artikel 6a
Besluit ex artikel 28 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
1. De effecten, het schatkistpapier en de schriftelijke schuldbekentenissen terzake van de schuldvorderingen op naam der onderneming, welke door de Verzekeringskamer zijn goedgekeurd, worden toevertrouwd aan De Nederlandsche Bank N.V. of aan een andere, door de Verzekeringskamer goedgekeurde bankinstelling in Nederland, en wel tenzij een overeenkomst als bedoeld in het volgende lid wordt aangegaan, in open bewaring.
2. Een bankinstelling is bevoegd met de onderneming overeen te komen dat zij de haar toevertrouwde waarden op naam van de onderneming mag overdragen aan een rechtspersoonlijkheid bezittende effectenbewaarinstelling, mits:
a. de nakoming van de verplichtingen van de effectenbewaarinstelling door haar is gewaarborgd, en
b. de effectenbewaarinstelling op zich heeft genomen, om hetzij die waarden, hetzij in plaats daarvan een gelijke hoeveelheid van dezelfde soort op naam van de onderneming in haar voorraad aanwezig te houden en, na beëindiging van de overeenkomst tussen de bankinstelling en de onderneming, aan de laatstgenoemde af te geven.
3. De waarden worden in Nederland bewaard. Zonder schriftelijke machtiging van de Verzekeringskamer worden zij niet aan de onderneming afgegeven en zullen ten aanzien daarvan geen rechtshandelingen worden verricht.
4. Indien niet overeengekomen is dat de bankinstelling of de effectenbewaarinstelling voor de verzilvering der coupons en dividendbewijzen zal zorgdragen, worden deze, mits niet vroeger dan veertien dagen voor de daarop vermelde vervaldatum, onderscheidenlijk voor de datum der betaalbaarstelling, zonder machtiging van de Verzekeringskamer aan de onderneming afgegeven.
5. Ter verkrijging van nieuwe coupon- en dividendbladen worden de talons of de mantels niet aan de onderneming afgegeven; deze draagt die verkrijging op aan de bankinstelling of aan de effectenbewaarinstelling.
6. Indien de Verzekeringskamer aan de onderneming en aan de bankinstelling en, indien van de bevoegdheid als vermeld in het tweede lid van dit artikelis gebruikgemaakt, ook aan de effectenbewaarinstelling heeft medegedeeld dat de onderneming niet mag beschikken over coupons en dividendbewijzen, worden deze niet aan de onderneming afgegeven en worden ten aanzien daarvan geen rechtshandelingen zonder schriftelijke machtiging van de Verzekeringskamer verricht.
7. Indien de Verzekeringskamer haar goedkeuring van de bankinstelling intrekt, of de bankinstelling de overeenkomst met de onderneming beëindigt dan wel de nakoming van de verplichtingen der effectenbewaarinstelling niet langer waarborgt, en de Verzekeringskamer nog niet met de onderneming tot overeenstemming is gekomen over de aanwijzing van een andere bankinstelling, moeten de waarden op verlangen van de Verzekeringskamer aan haar worden afgegeven ter voorlopige bewaring; in dat geval is de Verzekeringskamer na dertig dagen bevoegd tot aanwijzing van een bankinstelling, waarmee de onderneming een overeenkomst volgens dit artikel moet sluiten.
8. In geschriften ter uitvoering van dit artikel verwijst de bankinstelling, onderscheidenlijk de effectenbewaarinstelling, naar de voorschriften van de leden 3-6.
2. Een bankinstelling is bevoegd met de onderneming overeen te komen dat zij de haar toevertrouwde waarden op naam van de onderneming mag overdragen aan een rechtspersoonlijkheid bezittende effectenbewaarinstelling, mits:
a. de nakoming van de verplichtingen van de effectenbewaarinstelling door haar is gewaarborgd, en
b. de effectenbewaarinstelling op zich heeft genomen, om hetzij die waarden, hetzij in plaats daarvan een gelijke hoeveelheid van dezelfde soort op naam van de onderneming in haar voorraad aanwezig te houden en, na beëindiging van de overeenkomst tussen de bankinstelling en de onderneming, aan de laatstgenoemde af te geven.
3. De waarden worden in Nederland bewaard. Zonder schriftelijke machtiging van de Verzekeringskamer worden zij niet aan de onderneming afgegeven en zullen ten aanzien daarvan geen rechtshandelingen worden verricht.
4. Indien niet overeengekomen is dat de bankinstelling of de effectenbewaarinstelling voor de verzilvering der coupons en dividendbewijzen zal zorgdragen, worden deze, mits niet vroeger dan veertien dagen voor de daarop vermelde vervaldatum, onderscheidenlijk voor de datum der betaalbaarstelling, zonder machtiging van de Verzekeringskamer aan de onderneming afgegeven.
5. Ter verkrijging van nieuwe coupon- en dividendbladen worden de talons of de mantels niet aan de onderneming afgegeven; deze draagt die verkrijging op aan de bankinstelling of aan de effectenbewaarinstelling.
6. Indien de Verzekeringskamer aan de onderneming en aan de bankinstelling en, indien van de bevoegdheid als vermeld in het tweede lid van dit artikelis gebruikgemaakt, ook aan de effectenbewaarinstelling heeft medegedeeld dat de onderneming niet mag beschikken over coupons en dividendbewijzen, worden deze niet aan de onderneming afgegeven en worden ten aanzien daarvan geen rechtshandelingen zonder schriftelijke machtiging van de Verzekeringskamer verricht.
7. Indien de Verzekeringskamer haar goedkeuring van de bankinstelling intrekt, of de bankinstelling de overeenkomst met de onderneming beëindigt dan wel de nakoming van de verplichtingen der effectenbewaarinstelling niet langer waarborgt, en de Verzekeringskamer nog niet met de onderneming tot overeenstemming is gekomen over de aanwijzing van een andere bankinstelling, moeten de waarden op verlangen van de Verzekeringskamer aan haar worden afgegeven ter voorlopige bewaring; in dat geval is de Verzekeringskamer na dertig dagen bevoegd tot aanwijzing van een bankinstelling, waarmee de onderneming een overeenkomst volgens dit artikel moet sluiten.
8. In geschriften ter uitvoering van dit artikel verwijst de bankinstelling, onderscheidenlijk de effectenbewaarinstelling, naar de voorschriften van de leden 3-6.