BWBR0002504
Geldig vanaf 1967-03-01
Artikel 21
Mijnwet continentaal plat
1. Een vergunning of ontheffing wordt ingetrokken, indien de te harer verkrijging verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvrage een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.
2. Een opsporings- of winningsvergunning kan worden ingetrokken, indien de vergunning niet langer nodig is voor de goede uitvoering van de activiteiten waarvoor zij geldt. Een opsporings- of winningsvergunning wordt onder de genoemde omstandigheden in elk geval ingetrokken, indien het een vergunning voor koolwaterstoffen betreft.
3. Een vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken:
a. indien de houder een aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschrift, waarbij is bepaald, dat overtreding daarvan een grond is voor het intrekken van de vergunning of ontheffing, heeft overtreden en, nadat Onze Minister hem schriftelijk heeft gewaarschuwd, zich voortdurend of opnieuw aan overtreding van dat voorschrift schuldig maakt of, zo het voorschrift een verplichting om te doen inhoudt, deze verplichting niet alsnog nakomt;
b. indien de houder herhaaldelijk, bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis, is veroordeeld wegens overtreding van een krachtens artikel 26 vastgesteld voorschrift.
4. Een winningsvergunning kan worden ingetrokken, indien dit wordt gerechtvaardigd door een wijziging in de technische of financiële mogelijkheden van de houder.
5. Een krachtens dit artikel gegeven beschikking wordt eerst van kracht zodra zij onherroepelijk is geworden. Van een beschikking tot intrekking van een opsporings- of winningsvergunning wordt een kennisgeving in de Staatscourantgeplaatst zodra zij van kracht is geworden.
2. Een opsporings- of winningsvergunning kan worden ingetrokken, indien de vergunning niet langer nodig is voor de goede uitvoering van de activiteiten waarvoor zij geldt. Een opsporings- of winningsvergunning wordt onder de genoemde omstandigheden in elk geval ingetrokken, indien het een vergunning voor koolwaterstoffen betreft.
3. Een vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken:
a. indien de houder een aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschrift, waarbij is bepaald, dat overtreding daarvan een grond is voor het intrekken van de vergunning of ontheffing, heeft overtreden en, nadat Onze Minister hem schriftelijk heeft gewaarschuwd, zich voortdurend of opnieuw aan overtreding van dat voorschrift schuldig maakt of, zo het voorschrift een verplichting om te doen inhoudt, deze verplichting niet alsnog nakomt;
b. indien de houder herhaaldelijk, bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis, is veroordeeld wegens overtreding van een krachtens artikel 26 vastgesteld voorschrift.
4. Een winningsvergunning kan worden ingetrokken, indien dit wordt gerechtvaardigd door een wijziging in de technische of financiële mogelijkheden van de houder.
5. Een krachtens dit artikel gegeven beschikking wordt eerst van kracht zodra zij onherroepelijk is geworden. Van een beschikking tot intrekking van een opsporings- of winningsvergunning wordt een kennisgeving in de Staatscourantgeplaatst zodra zij van kracht is geworden.