BWBR0002504
Geldig vanaf 1967-03-01
Artikel 16a
Mijnwet continentaal plat
1. Indien een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning wordt ingediend, worden anderen in de gelegenheid gesteld om aanvragen om een soortgelijke vergunning in te dienen voor dezelfde delfstof voor hetzelfde gebied. Onze Minister plaatst hiertoe een uitnodiging in de Staatscourant.
2. Anderen kunnen aanvragen indienen gedurende dertien weken nadat de uitnodiging in de Staatscourant is geplaatst.
3. Indien het een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen betreft, wordt de uitnodiging tevens geplaatst in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. In dat geval wordt de in het tweede lid bedoelde termijn gerekend vanaf deze plaatsing.
4. Op de aanvragen wordt tegelijk beslist. De uitnodiging maakt melding van het bepaalde in artikel 16b.
5. Het eerste tot en met het vierde lid gelden niet ingeval een aanvraag betrekking heeft op een winningsvergunning, ten aanzien waarvan artikel 13, eerste lid, van toepassing is.
6. Het eerste tot en met het vierde lid gelden mede niet ingeval een aanvraag om een winningsvergunning wordt ingediend door de houder van een opsporings- of winningsvergunning voor een aangrenzend gebied en deze aanvraag is ingediend naar aanleiding van de aantoning van een zich gedeeltelijk in het aangrenzende en gedeeltelijk in het aangevraagde gebied bevindend economisch winbaar voorkomen. Onze Minister stelt de houders van een opsporings- of winningsvergunning voor eventuele andere aangrenzende gebieden gedurende dertien weken in de gelegenheid om een aanvraag om een winningsvergunning voor dezelfde delfstof voor hetzelfde gebied in te dienen.
7. Het eerste tot en met het vierde lid gelden voorts niet ingeval een aanvraag wordt ingediend binnen twee jaar na de indiening van een aanvraag om een soortgelijke vergunning voor dezelfde delfstof voor hetzelfde gebied, zonder dat op die aanvraag of op aanvragen van anderen als bedoeld in het tweede lid een vergunning is verleend. Onze Minister deelt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen mede op welke gebieden de eerste volzin met betrekking tot vergunningen voor koolwaterstoffen van toepassing is.
8. Ten aanzien van overeenkomstig het tweede lid ingediende aanvragen wordt niet opnieuw toepassing gegeven aan het eerste tot en met het vierde lid.
2. Anderen kunnen aanvragen indienen gedurende dertien weken nadat de uitnodiging in de Staatscourant is geplaatst.
3. Indien het een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen betreft, wordt de uitnodiging tevens geplaatst in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. In dat geval wordt de in het tweede lid bedoelde termijn gerekend vanaf deze plaatsing.
4. Op de aanvragen wordt tegelijk beslist. De uitnodiging maakt melding van het bepaalde in artikel 16b.
5. Het eerste tot en met het vierde lid gelden niet ingeval een aanvraag betrekking heeft op een winningsvergunning, ten aanzien waarvan artikel 13, eerste lid, van toepassing is.
6. Het eerste tot en met het vierde lid gelden mede niet ingeval een aanvraag om een winningsvergunning wordt ingediend door de houder van een opsporings- of winningsvergunning voor een aangrenzend gebied en deze aanvraag is ingediend naar aanleiding van de aantoning van een zich gedeeltelijk in het aangrenzende en gedeeltelijk in het aangevraagde gebied bevindend economisch winbaar voorkomen. Onze Minister stelt de houders van een opsporings- of winningsvergunning voor eventuele andere aangrenzende gebieden gedurende dertien weken in de gelegenheid om een aanvraag om een winningsvergunning voor dezelfde delfstof voor hetzelfde gebied in te dienen.
7. Het eerste tot en met het vierde lid gelden voorts niet ingeval een aanvraag wordt ingediend binnen twee jaar na de indiening van een aanvraag om een soortgelijke vergunning voor dezelfde delfstof voor hetzelfde gebied, zonder dat op die aanvraag of op aanvragen van anderen als bedoeld in het tweede lid een vergunning is verleend. Onze Minister deelt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen mede op welke gebieden de eerste volzin met betrekking tot vergunningen voor koolwaterstoffen van toepassing is.
8. Ten aanzien van overeenkomstig het tweede lid ingediende aanvragen wordt niet opnieuw toepassing gegeven aan het eerste tot en met het vierde lid.