BWBR0002450
Geldig vanaf 2004-07-21
Artikel 14c
Bestrijdingsmiddelenbesluit
1. Het is verboden een bestrijdingsmiddel met als werkzame stof methylbromide, aluminimumfosfide of magnesiumfosfide anders dan voor toepassingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, sub 3 en onderdeel h, van de wet en anders dan in een speciale installatie waarvoor ingevolge de Wet milieubeheereen vergunning is afgegeven voor uitsluitend het gebruik van gasvormende en gasvormige bestrijdingsmiddelen, toe te passen zonder dat hierover van tevoren een kennisgeving heeft plaatsgevonden aan de regio-directeur van de Inspectiedienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid binnen wiens ambtsgebied het betrokken middel wordt toegepast.
2. Degene die een bestrijdingsmiddel als bedoeld in het eerste lid heeft toegepast is verplicht, zodra het behandelde object in aanmerking komt om gasvrij verklaard te worden, hiervan een verklaring aan de opdrachtgever te verstrekken.
3. Onze betrokken Minister stelt nadere regels omtrent de inhoud van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving, alsmede omtrent de inhoud van de in het tweede lid bedoelde gasvrijverklaring en de omstandigheden waaronder een zodanige verklaring afgegeven kan worden. Daarbij wordt tevens bepaald op welke wijze vorengenoemde kennisgeving en verklaring moet worden verricht.
2. Degene die een bestrijdingsmiddel als bedoeld in het eerste lid heeft toegepast is verplicht, zodra het behandelde object in aanmerking komt om gasvrij verklaard te worden, hiervan een verklaring aan de opdrachtgever te verstrekken.
3. Onze betrokken Minister stelt nadere regels omtrent de inhoud van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving, alsmede omtrent de inhoud van de in het tweede lid bedoelde gasvrijverklaring en de omstandigheden waaronder een zodanige verklaring afgegeven kan worden. Daarbij wordt tevens bepaald op welke wijze vorengenoemde kennisgeving en verklaring moet worden verricht.