BWBR0002447
Geldig vanaf 1964-01-01
Artikel 5
Rijksregeling tot vaststelling van de subsidievoorwaarden voor kraaminternaten
1. De dagelijkse leiding van het internaat is in handen van een directrice, die in het bezit dient te zijn van het diploma A voor ziekenverpleging met de aantekening wijkverpleging en van het diploma van een hogere opleiding voor verplegenden. Zij wordt bijgestaan door stafleden in vaste dienst, docenten en overig personeel.
2. Er zijn twee stafleden in vaste dienst, te weten:
een vormingsleidster dan wel groepsleidster die in het bezit moet zijn van een der volgende diploma's: het diploma van de sociale academie (culturele richting), het diploma van een vierjarige cusus van een der scholen voor de opleiding tot leidster op het terrein van jeugdvorming en volksontwikkeling, het diploma K en O dan wel de akte N XX;
een huishoudlerares, tevens hoofd van de huishouding, die in het bezit moet zijn van de akte N XII of N XIX alsmede van het pedagogische getuigschrift.
3. Ingeval geregeld meer groepen van tenminste 18 leerlingen gelijktijdig het onderwijs volgen kan voor elke tweede en volgende groep een vormingsleidster of groepsleidster als bedoeld in het tweede lid worden aangesteld.
In zodanig geval kan de functie van hoofd van de huishouding worden vervuld door een staflid in het bezit van het diploma huishoudkundige voor inrichtingen en kunnen de kook- en waslessen worden gegeven door een huishoudlerares.
4. Aan het internaat wordt een aantal docenten, al dan niet in vaste dienst, verbonden, die bevoegd zijn de in het kernprogramma, bedoeld in artikel 10, voorgeschreven lessen te geven.
Het aantal lesuren, vereist voor aanstelling in vaste dienst, bedraagt tenminste 14 per week.
5. De organisatie stelt de organieke samenstelling van het overig personeel van het internaat vast en onderwerpt deze aan de goedkeuring van de minister. Elke wijziging van de organieke samenstelling behoeft eveneens de goedkeuring van de minister.
2. Er zijn twee stafleden in vaste dienst, te weten:
een vormingsleidster dan wel groepsleidster die in het bezit moet zijn van een der volgende diploma's: het diploma van de sociale academie (culturele richting), het diploma van een vierjarige cusus van een der scholen voor de opleiding tot leidster op het terrein van jeugdvorming en volksontwikkeling, het diploma K en O dan wel de akte N XX;
een huishoudlerares, tevens hoofd van de huishouding, die in het bezit moet zijn van de akte N XII of N XIX alsmede van het pedagogische getuigschrift.
3. Ingeval geregeld meer groepen van tenminste 18 leerlingen gelijktijdig het onderwijs volgen kan voor elke tweede en volgende groep een vormingsleidster of groepsleidster als bedoeld in het tweede lid worden aangesteld.
In zodanig geval kan de functie van hoofd van de huishouding worden vervuld door een staflid in het bezit van het diploma huishoudkundige voor inrichtingen en kunnen de kook- en waslessen worden gegeven door een huishoudlerares.
4. Aan het internaat wordt een aantal docenten, al dan niet in vaste dienst, verbonden, die bevoegd zijn de in het kernprogramma, bedoeld in artikel 10, voorgeschreven lessen te geven.
Het aantal lesuren, vereist voor aanstelling in vaste dienst, bedraagt tenminste 14 per week.
5. De organisatie stelt de organieke samenstelling van het overig personeel van het internaat vast en onderwerpt deze aan de goedkeuring van de minister. Elke wijziging van de organieke samenstelling behoeft eveneens de goedkeuring van de minister.