1. Het subsidie bedraagt 100% van de werkelijke kosten voortvloeiend uit de personeelsformatie, bedoeld in artikel 5, voor zover deze niet uitstijgen boven het in de begroting van de instelling vastgestelde arbeidskostenbudget, verhoogd met:
a. 100% van de honoraria voor de niet in dienstverband werkzame docenten;
b. 100% van de in het vierde lid genoemde exploitatiekosten;
c. het bedrag, nodig voor de verkrijging van gronden, voor de aankoop, stichting, verbouwing, herbouw of uitbreiding van opstallen ten dienste van het internaat, voor zover de minister tevoren de investering heeft goedgekeurd.
2. Het arbeidskostenbudget wordt jaarlijks aangepast met een percentage dat wordt vastgesteld overeenkomstig de desbetreffende norm als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsvoorwaardenontwikkeling gepremieerde en gesubsidieerde sector (Stb. 1985, 695).
3. Voor de berekening van het subsidie in de in het eeste lid, onder a, bedoelde honoraria zal worden uitgegaan van de bedragen die jaarlijks per circulaire opnieuw aan de organisatie bekend worden gemaakt.
4. De in het eerste lid, onder b, bedoelde exploitatiekosten zijn:
a. de rente en aflossing of de annuïteit van voor de aankoop, verbouwing, herbouw of uitbreiding van een internaat aangegane geldleningen;
b. de huren, waaronder worden verstaan de kosten van het huren van de gebouwen, terreinen, lokalen, inventaris of leer- en hulpmiddelen alsmede de kosten van erfpacht of enig ander zakelijk genotsrecht;
c. de kosten van het onderhoud van de gebouwen, terreinen of lokalen en van de daarop rustende lasten;
d. de kosten van het schoonhouden van de gebouwen of lokalen;
e. de kosten van het gebruik van brandstoffen, electrische energie, gas en water;
f. de kosten van aanschaffing en onderhoud van de inventaris en leer- en hulpmiddelen;
g. de reis- en verblijfkosten van de niet in dienstverband werkzaam zijnde docenten en stafdocenten;
h. de kosten van voeding en bewassing der cursisten en van inwonend personeel;
i. de bureau- en administratiekosten.
5. Het subsidie in de exploitatiekosten, bedoeld in het vierde lid, onder a en b, wordt slechts verstrekt na voorafgaande goedkeuring door de minister van de ter zake te sluiten overeenkomsten.
6. In de reis- en verblijfkosten, genoemd in het vierde lid, onder g, zal subsidie worden verleend, voor zover zij nodig zijn in verband met de cursussen. Voor de vaststelling van deze reis- en verblijfkosten zullen de bepalingen van de voor de sector rechtens geldende arbeidsvoorwaarden-regeling worden gehanteerd.