BWBR0002416
Geldig vanaf 1964-06-01
Artikel 46
Visserijwet 1963
1. De Kamer bestaat uit een voorzitter en ten minste zes en ten hoogste negen leden. Zij wordt bijgestaan door een secretaris.
2. Er kunnen een plaatsvervangende voorzitter en een of meer plaatsvervangende secretarissen worden benoemd.
3. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en van de plaatsvervangende voorzitter treedt het oudste lid als waarnemend voorzitter op.
2. Er kunnen een plaatsvervangende voorzitter en een of meer plaatsvervangende secretarissen worden benoemd.
3. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en van de plaatsvervangende voorzitter treedt het oudste lid als waarnemend voorzitter op.