BWBR0002408
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 3a
In- en uitvoerbesluit strategische goederen
1. De regels die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van de uitvoer van goederen, zijn van overeenkomstige toepassing op de goederen, aangewezen in de bijlage bij dit besluit, waarvoor aangifte tot wederuitvoer als bedoeld in artikel 182 van het Communautair douanewetboek is gedaan.
2. Het eerste lid geldt niet voor goederen die tot op het moment van de aangifte tot wederuitvoer:
de status hadden van goederen in tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 50 van het Communautair douanewetboek;
korter dan 45 dagen, indien de goederen over zee waren aangevoerd, en korter dan 20 dagen, indien zij anders dan over zee waren aangevoerd, hebben verbleven in de douane-entrepots typen B en C, als bedoeld in artikel 525 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253).
3. Het eerste lid geldt voorts niet met betrekking tot de in dat lid bedoelde goederen die herkomstig zijn uit of als eindbestemming hebben Australië, Japan, Nieuw-Zeeland of Zwitserland of een van de lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.
4. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de goederen, aangewezen in bijlage I bij verordening nr. 1334/2000.
2. Het eerste lid geldt niet voor goederen die tot op het moment van de aangifte tot wederuitvoer:
de status hadden van goederen in tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 50 van het Communautair douanewetboek;
korter dan 45 dagen, indien de goederen over zee waren aangevoerd, en korter dan 20 dagen, indien zij anders dan over zee waren aangevoerd, hebben verbleven in de douane-entrepots typen B en C, als bedoeld in artikel 525 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253).
3. Het eerste lid geldt voorts niet met betrekking tot de in dat lid bedoelde goederen die herkomstig zijn uit of als eindbestemming hebben Australië, Japan, Nieuw-Zeeland of Zwitserland of een van de lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.
4. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de goederen, aangewezen in bijlage I bij verordening nr. 1334/2000.