BWBR0002408
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 2
In- en uitvoerbesluit strategische goederen
1. De uitvoer van goederen, aangewezen in de bijlage bij dit besluit, zonder vergunning van Onze Minister, is verboden.
2. De uitvoer van goederen, aangewezen in bijlage I bij verordening nr. 1334/2000, zonder communautaire algemene uitvoervergunning bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1334/2000, dan wel zonder vergunning van Onze Minister of zonder geldige, in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven vergunning, is verboden.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de uitvoer van goederen, aangewezen krachtens artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens.
4. In afwijking van het tweede lid is de in- en uitvoer verboden van goederen op lijst 2 van onderdeel B van de bijlage inzake stoffen bij het op 13 januari 1993 te Parijs tot stand gekomen verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Trb. 1993, 162) uit respectievelijk naar landen die niet partij zijn bij dit verdrag.
5. De goederen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden aangemerkt als strategische goederen.
2. De uitvoer van goederen, aangewezen in bijlage I bij verordening nr. 1334/2000, zonder communautaire algemene uitvoervergunning bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1334/2000, dan wel zonder vergunning van Onze Minister of zonder geldige, in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven vergunning, is verboden.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de uitvoer van goederen, aangewezen krachtens artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens.
4. In afwijking van het tweede lid is de in- en uitvoer verboden van goederen op lijst 2 van onderdeel B van de bijlage inzake stoffen bij het op 13 januari 1993 te Parijs tot stand gekomen verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Trb. 1993, 162) uit respectievelijk naar landen die niet partij zijn bij dit verdrag.
5. De goederen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden aangemerkt als strategische goederen.