BWBR0002386
Geldig vanaf 1964-12-01
Artikel 4
Wet gewetensbezwaren militaire dienst
1. Degene die een aanvraag heeft gedaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kan door Onze Minister, in afwachting van een beslissing daarop, geheel of gedeeltelijk van dienstverrichtingen worden vrijgesteld.
2. Ingeval tegen degene die een aanvraag heeft gedaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid, een strafvervolging is ingesteld wegens overtreding van <a href="/wet/BWBR0001869/artikel/139" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 139 van het Wetboek van Militair Strafrecht</a>, wegens ongehoorzaamheid aan enig dienstbevel of dienstvoorschrift, dan wel wegens overtreding van <a href="/wet/BWBR0008589/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36 van de Kaderwet dienstplicht</a>kan het openbaar ministerie besluiten deze strafvervolging, in afwachting van een beslissing op die aanvraag, te schorsen. Ingeval van een hernieuwde aanvraag wordt geen schorsing verleend, tenzij bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
2. Ingeval tegen degene die een aanvraag heeft gedaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid, een strafvervolging is ingesteld wegens overtreding van <a href="/wet/BWBR0001869/artikel/139" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 139 van het Wetboek van Militair Strafrecht</a>, wegens ongehoorzaamheid aan enig dienstbevel of dienstvoorschrift, dan wel wegens overtreding van <a href="/wet/BWBR0008589/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36 van de Kaderwet dienstplicht</a>kan het openbaar ministerie besluiten deze strafvervolging, in afwachting van een beslissing op die aanvraag, te schorsen. Ingeval van een hernieuwde aanvraag wordt geen schorsing verleend, tenzij bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.