BWBR0002386
Geldig vanaf 1964-12-01
Artikel 12
Wet gewetensbezwaren militaire dienst
1. De duur van de vervangende dienst in gewone omstandigheden is een derde langer dan die van het verplichte verblijf onder de wapenen voor opleiding en oefening van het merendeel van de dienstplichtigen.
2. De duur van de vervangende dienst in gewone omstandigheden wordt voor de dienstplichtige die als gewetensbezwaarde is erkend, verminderd met de duur van de werkelijke dienst die de betrokkene reeds als dienstplichtige in gewone omstandigheden heeft volbracht.
3. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan de duur van de vervangende dienst in gewone omstandigheden verkorten ten aanzien van de dienstplichtige, die voor het ontslag uit militaire dienst, de opleiding en oefening reeds heeft volbracht.
4. De duur van de vervangende dienst in buitengewone omstandigheden is voor de erkende gewetensbezwaarde gelijk aan de periode gedurende welke de betrokkene als dienstplichtige in buitengewone omstandigheden in werkelijke dienst zou zijn geweest.
5. Voor zover de erkende gewetensbezwaarde bij aanvang van de vervulling van de vervangende dienst in buitengewone omstandigheden de vervangende dienst in gewone omstandigheden nog niet heeft volbracht, wordt voor de betrokkene de periode gedurende welke deze verplicht is tot vervulling van vervangende dienst in buitengewone omstandigheden verlengd. Voor zover als gevolg van beëindiging van de buitengewone omstandigheden geen of geen verdere toepassing kan worden gegeven aan de eerste volzin is de betrokkene nog verplicht tot vervulling van vervangende dienst in gewone omstandigheden.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen groepen van personen worden aangewezen die niet of voorlopig niet tot het vervullen van vervangende dienst in buitengewone omstandigheden worden opgeroepen.
2. De duur van de vervangende dienst in gewone omstandigheden wordt voor de dienstplichtige die als gewetensbezwaarde is erkend, verminderd met de duur van de werkelijke dienst die de betrokkene reeds als dienstplichtige in gewone omstandigheden heeft volbracht.
3. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan de duur van de vervangende dienst in gewone omstandigheden verkorten ten aanzien van de dienstplichtige, die voor het ontslag uit militaire dienst, de opleiding en oefening reeds heeft volbracht.
4. De duur van de vervangende dienst in buitengewone omstandigheden is voor de erkende gewetensbezwaarde gelijk aan de periode gedurende welke de betrokkene als dienstplichtige in buitengewone omstandigheden in werkelijke dienst zou zijn geweest.
5. Voor zover de erkende gewetensbezwaarde bij aanvang van de vervulling van de vervangende dienst in buitengewone omstandigheden de vervangende dienst in gewone omstandigheden nog niet heeft volbracht, wordt voor de betrokkene de periode gedurende welke deze verplicht is tot vervulling van vervangende dienst in buitengewone omstandigheden verlengd. Voor zover als gevolg van beëindiging van de buitengewone omstandigheden geen of geen verdere toepassing kan worden gegeven aan de eerste volzin is de betrokkene nog verplicht tot vervulling van vervangende dienst in gewone omstandigheden.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen groepen van personen worden aangewezen die niet of voorlopig niet tot het vervullen van vervangende dienst in buitengewone omstandigheden worden opgeroepen.