BWBR0002306
Geldig vanaf 1959-06-27
Artikel 24
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954
1. Beroep in cassatie van de afwijzende beschikking der rechtbank kan worden ingesteld door de verzoekende partij binnen twee maanden na de dag waarop de expeditie van die beschikking aan Onze Minister van Justitie is toegezonden.
2. De instelling van beroep in cassatie geschiedt door een daartoe strekkende schriftelijke mededeling aan Onze Minister van Justitie. Deze mededeling bevat de middelen, waarop het beroep steunt.
3. Onze Minister van Justitie stelt de griffier van de rechtbank, die de beschikking heeft gegeven, in kennis met het ingestelde beroep in cassatie. Tevens doet hij daarvan mededeling aan de Hoge Raad.
4. De griffier van de rechtbank, die de aangevallen beschikking heeft gegeven, doet de overgelegde stukken met een afschrift der afwijzende beschikking aan de Hoge Raad toekomen.
2. De instelling van beroep in cassatie geschiedt door een daartoe strekkende schriftelijke mededeling aan Onze Minister van Justitie. Deze mededeling bevat de middelen, waarop het beroep steunt.
3. Onze Minister van Justitie stelt de griffier van de rechtbank, die de beschikking heeft gegeven, in kennis met het ingestelde beroep in cassatie. Tevens doet hij daarvan mededeling aan de Hoge Raad.
4. De griffier van de rechtbank, die de aangevallen beschikking heeft gegeven, doet de overgelegde stukken met een afschrift der afwijzende beschikking aan de Hoge Raad toekomen.