BWBR0002306
Geldig vanaf 1959-06-27
Artikel 21
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954
1. Onze Minister van Justitie zendt de stukken, in artikel 20dezer wet genoemd, langs de weg, in artikel 18 van het verdragvermeld, aan de bevoegde autoriteit van de Staat waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, onder bijvoeging van een bevestiging, overeenkomstig artikel 19, derde lid, van het verdrag, en een vertaling daarvan in een der talen, in artikel 19, tweede lid, sub 3°, van het verdrag. Deze vertaling is voor overeenstemmend verklaard door een beëdigd vertaler in het land, waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, of door een beëdigd vertaler in Nederland.
2. Indien niet voldaan is aan artikel 20van deze wet, weigert hij de doorzending der stukken, echter niet, dan na getracht te hebben de naleving van dat artikel zoveel mogelijk te bevorderen.
2. Indien niet voldaan is aan artikel 20van deze wet, weigert hij de doorzending der stukken, echter niet, dan na getracht te hebben de naleving van dat artikel zoveel mogelijk te bevorderen.