BWBR0002306
Geldig vanaf 1959-06-27
Artikel 10
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954
Oordeelt de rechter, door wie de uitvoering der rogatoire commissie zou behoren te geschieden, dat artikel 11, derde lid, sub 3°, van het verdragtoepasselijk is, dan zendt hij de commissie onder opgaaf van redenen aan Onze Minister van Justitie, die, zo nodig na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, beslist.