BWBR0002211
Geldig vanaf 1956-09-15
Artikel 6
Instellingsbesluit Bedrijfschap Lederwarenindustrie
1. Onverminderd het in het tweede en derde lid bepaalde worden de door het bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te leggen heffingen vastgesteld naar de grondslag van de in iedere onderneming, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, bij de uitoefening van het in artikel 2, eerste lid, bedoelde bedrijf gedurende een bij de verordening aan te wijzen tijdvak bereikte omzet.
2. Een periodieke heffing kan ook, als basisheffing, worden opgelegd tot een bedrag, dat voor alle ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, gelijk is.
3. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.
2. Een periodieke heffing kan ook, als basisheffing, worden opgelegd tot een bedrag, dat voor alle ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, gelijk is.
3. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.