1. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin het bedrijf wordt uitgeoefend van het vervaardigen van lederwaren en het verkopen daarvan aan wederverkopers.
2. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder het verkopen aan wederverkopers mede verstaan het verkopen aan instellingen of aan personen die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden, tenzij dit gepaard gaat met het verkopen aan particulieren.
3. Dit besluit verstaat onder:
lederwaren:
a. alle soorten tassen en mappen - met uitzondering van lederen zadeltasjes voor rijwielen -, foedralen, gordels, koffers, bureau-, reis- en toiletgarnituren, labels, portemonnaies, portefeuilles, sigaren- en sigarettenkokers, étuis, pokerbekers, tabakszakken en militaire uitrustingsstukken met uitzondering van kleding en schoeisel, geheel of gedeeltelijk vervaardigd uit leder, kunstleder, plastic, textielstof, karton of geperste vezelstof;
b. alle soorten riemwerk - met inbegrip van damesceintuurs, horlogebanden, schaatsmonturen, tuigen, halsters en banden voor paarden en vee, doch met uitzondering van drijfriemen -, geheel of gedeeltelijk vervaardigd uit leder, kunstleder, plastic, wasdoek, canvas of textiel, alsmede losse boek- en albumomslagen, klompsokken, onderdelen voor bretels, voor hoeden en voor sokophouders, geheel of gedeeltelijk vervaardigd uit leder, kunstleder of plastic, en sportballen vervaardigd uit leder;
c. handschoenen, geheel of gedeeltelijk vervaardigd uit leder;
d. beschermingsartikelen, zoals beenkappen, hand- en oorwarmers, hand-, pols-, knie-, schouder- en voetbeschermers, helmen, caps, spatlappen, werkschorten, handmoffen, duimen, vingers, wanten en werkhandschoenen, geheel of gedeeltelijk vervaardigd uit leder, kunstleder, plastic of asbest, en beenpijpen vervaardigd uit waterdicht textiel;
wet:de
Wet op de Bedrijfsorganisatie(
Stb.1950, K 22).