BWBR0002165
Geldig vanaf 1955-03-15
Artikel 4
Instellingsbesluit Bedrijfschap Hotel-, Restaurant-, Café- en Pension- en Kamerverhuurbedrijf en Aanverwante bedrijven
1. Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:
a. het bekend maken van prijzen door degenen, die een onderneming drijven, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, en het in acht nemen van bekend gemaakte prijzen;
b. standaard-overeenkomsten tussen degenen, die een onderneming drijven, waarin logies wordt verstrekt, en gasten;
c. standaard-overeenkomsten tussen degenen, die een onderneming drijven, waarin logies, maaltijden, spijzen of dranken worden verstrekt, en degenen, die tussen hen en gasten of bezoekers bemiddelen;
d. de aanduiding ten aanzien van het publiek van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
e. de hoeveelheid alcoholhoudende drank per verstrekking voor verbruik ter plaatse;
f. het aanbieden en verstrekken van geschenken in de vorm van goederen of diensten;
g. de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden;
h. de vakopleiding;
i. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
j. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige gegevens.
2. Verordeningen betreffende de in het eerste lid, onder b, cen d, genoemde onderwerpen worden niet vastgesteld dan nadat een door het bestuur voor ieder dezer onderwerpen in te stellen commissie in de gelegenheid is gesteld over het ontwerp der verordening van advies te dienen. Bij het inzenden van een verordening ter goedkeuring wordt het advies overgelegd.
3. In de commissies, in te stellen voor de in het eerste lid, onder ben d, genoemde onderwerpen, zijn vertegenwoordigd toeristen- en reizigersorganisaties; in de commissie, in te stellen voor het in dat lid, onder c, genoemde onderwerp, organisaties van exploitanten van reisbureaux en daarmede vergelijkbare instellingen.
4. De overlating van de regeling of nadere regeling van het in het eerste lid, onder g, genoemde onderwerp of van onderdelen daarvan neemt eerst een aanvang op een door de Sociaal-Economische Raad te bepalen en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatiebekend te maken tijdstip, doch uiterlijk vier jaren na het in werking treden van het onderhavige besluit. Alvorens te besluiten hoort de Raad het bestuur van het bedrijfschap.
a. het bekend maken van prijzen door degenen, die een onderneming drijven, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, en het in acht nemen van bekend gemaakte prijzen;
b. standaard-overeenkomsten tussen degenen, die een onderneming drijven, waarin logies wordt verstrekt, en gasten;
c. standaard-overeenkomsten tussen degenen, die een onderneming drijven, waarin logies, maaltijden, spijzen of dranken worden verstrekt, en degenen, die tussen hen en gasten of bezoekers bemiddelen;
d. de aanduiding ten aanzien van het publiek van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
e. de hoeveelheid alcoholhoudende drank per verstrekking voor verbruik ter plaatse;
f. het aanbieden en verstrekken van geschenken in de vorm van goederen of diensten;
g. de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden;
h. de vakopleiding;
i. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
j. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige gegevens.
2. Verordeningen betreffende de in het eerste lid, onder b, cen d, genoemde onderwerpen worden niet vastgesteld dan nadat een door het bestuur voor ieder dezer onderwerpen in te stellen commissie in de gelegenheid is gesteld over het ontwerp der verordening van advies te dienen. Bij het inzenden van een verordening ter goedkeuring wordt het advies overgelegd.
3. In de commissies, in te stellen voor de in het eerste lid, onder ben d, genoemde onderwerpen, zijn vertegenwoordigd toeristen- en reizigersorganisaties; in de commissie, in te stellen voor het in dat lid, onder c, genoemde onderwerp, organisaties van exploitanten van reisbureaux en daarmede vergelijkbare instellingen.
4. De overlating van de regeling of nadere regeling van het in het eerste lid, onder g, genoemde onderwerp of van onderdelen daarvan neemt eerst een aanvang op een door de Sociaal-Economische Raad te bepalen en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatiebekend te maken tijdstip, doch uiterlijk vier jaren na het in werking treden van het onderhavige besluit. Alvorens te besluiten hoort de Raad het bestuur van het bedrijfschap.