BWBR0002165
Geldig vanaf 1955-03-15
Artikel 3
Instellingsbesluit Bedrijfschap Hotel-, Restaurant-, Café- en Pension- en Kamerverhuurbedrijf en Aanverwante bedrijven
1. Het bedrijfschap heeft voor aangelegenheden met betrekking tot het cafébedrijf een orgaan, als bedoeld in artikel 88 avan de wet, genaamd Commissie voor het Cafébedrijf.
2. De leden van de commissie worden benoemd door de organisaties van ondernemers en van werknemers, daartoe aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.
3. De organisaties zijn bevoegd voor elk lid tevens een plaatsvervanger te benoemen.
4. De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden van de commissie, alsmede het aantal leden, dat elke organisatie kan benoemen. Het aantal leden, te benoemen door organisaties van werknemers, wordt bepaald op een derde van het aantal leden, te benoemen door organisaties van ondernemers. De voorzitter van de commissie wordt door de leden al dan niet uit hun midden benoemd.
5. De zittingsperiode van de voorzitter en de leden van de commissie valt samen met die van de leden van het bestuur van het bedrijfschap.
2. De leden van de commissie worden benoemd door de organisaties van ondernemers en van werknemers, daartoe aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.
3. De organisaties zijn bevoegd voor elk lid tevens een plaatsvervanger te benoemen.
4. De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden van de commissie, alsmede het aantal leden, dat elke organisatie kan benoemen. Het aantal leden, te benoemen door organisaties van werknemers, wordt bepaald op een derde van het aantal leden, te benoemen door organisaties van ondernemers. De voorzitter van de commissie wordt door de leden al dan niet uit hun midden benoemd.
5. De zittingsperiode van de voorzitter en de leden van de commissie valt samen met die van de leden van het bestuur van het bedrijfschap.