1. De door het bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, der wet op te leggen heffingen worden vastgesteld overeenkomstig de volgende leden.
2. Een periodieke heffing kan, als basisheffing, worden opgelegd tot een bedrag, dat voor alle ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, gelijk is.
3. Boven de krachtens het tweede lid opgelegde basisheffing kan een heffing worden opgelegd op grondslag van het voor de premieheffing ingevolge de
Werkloosheidswet(
Stb.1953, 325) als loon der werknemers in de betrokken onderneming aan te merken bedrag.
4. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.