BWBR0002152
Geldig vanaf 1956-01-01
Artikel 22
Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
1. Het hoofdproductschap heeft organen, commissies genaamd, voor aangelegenheden betreffende:
a. koffie en thee;
b. cacaobonen, cacao en cacaoproducten;
c. wijn;
d. vlas.
2. De leden van de commissies worden benoemd door organisaties van ondernemers en van werknemers, aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.
3. De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een plaatsvervanger te benoemen.
4. De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden, dat elke door hem aangewezen organisatie kan benoemen. De voorzitter van het hoofdproductschap is tevens voorzitter van de commissies. De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met die van de leden van het bestuur van het hoofdproductschap.
a. koffie en thee;
b. cacaobonen, cacao en cacaoproducten;
c. wijn;
d. vlas.
2. De leden van de commissies worden benoemd door organisaties van ondernemers en van werknemers, aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.
3. De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een plaatsvervanger te benoemen.
4. De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden, dat elke door hem aangewezen organisatie kan benoemen. De voorzitter van het hoofdproductschap is tevens voorzitter van de commissies. De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met die van de leden van het bestuur van het hoofdproductschap.