BWBR0002152
Geldig vanaf 1956-01-01
Artikel 20
Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
1. Het hoofdproductschap is ingesteld voor de ondernemingen:
a. waarvoor bij het eerste hoofdstuk een productschap is ingesteld;
b. waarin thee, koffie- of cacaobonen of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot producten, welke al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen;
de handel - met uitzondering van de aanvoer, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in thee, koffie- of cacaobonen of daaruit verkregen producten of wijn, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen.
2. Als ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede aangemerkt de veilingen van de daar bedoelde producten.
3. In dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 21en 23, wordt onder handelmede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.
a. waarvoor bij het eerste hoofdstuk een productschap is ingesteld;
b. waarin thee, koffie- of cacaobonen of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot producten, welke al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen;
de handel - met uitzondering van de aanvoer, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in thee, koffie- of cacaobonen of daaruit verkregen producten of wijn, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen.
2. Als ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede aangemerkt de veilingen van de daar bedoelde producten.
3. In dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 21en 23, wordt onder handelmede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.