1. Indien een verordening of een ander besluit van een orgaan van een bij het eerste hoofdstukingesteld productschap de goedkeuring van Onze betrokken Ministers, dan wel van de Sociaal-Economische Raad behoeft, wordt dat besluit ter goedkeuring ingediend door tussenkomst van het bestuur van het hoofdproductschap. Dit beslist over de doorzending binnen een maand, nadat het besluit is ingekomen.
2. Het bestuur van het hoofdproductschap kan de doorzending weigeren, indien het besluit naar zijn oordeel strijdig is met de wet of de belangen, waarvan de behartiging bij artikel 19 van deze wetin verband met
artikel 71 van de Wet op de Bedrijfsorganisatieaan dat lichaam is opgedragen. De doorzending wordt niet geweigerd, dan nadat het orgaan, dat het besluit nam, in de gelegenheid is gesteld van zijn zienswijze te doen blijken.
3. De weigering een besluit door te zenden wordt onder opgave van de bij het bestuur van het hoofdproductschap gerezen bedenkingen onverwijld medegedeeld aan het orgaan, dat het besluit nam. Dit kan binnen een maand na de dagtekening der mededeling bij het gezag, welks goedkeuring het besluit behoeft, voorziening vragen.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing:
a. ten aanzien van een besluit, genomen ter verlening van van het orgaan van het productschap gevorderde medewerking indien het gezag, dat de medewerking heeft gevorderd, zulks heeft bepaald;
b. ten aanzien van een ander besluit, indien het bestuur van het hoofdproductschap zulks bepaalt.