BWBR0002143
Geldig vanaf 2001-07-06
Artikel 6
Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds
1. Het deelnemerschap geeft recht op pensioen en wel:
a. ouderdomspensioen aan deelnemers of gewezen deelnemers;
b. arbeidsongeschiktheidspensioen aan deelnemers;
c. nabestaandenpensioen aan degene die ten tijde van het overlijden van een deelnemer of gewezen deelnemer diens partner was in de zin van het pensioenreglement.
d. bijzonder nabestaandenpensioen aan degene die de partner in de zin van het pensioenreglement is geweest van een overleden deelnemer of gewezen deelnemer doch dit niet meer was ten tijde van diens overlijden.
e. wezenpensioen aan wezen van overleden deelnemers of gewezen deelnemers;
f. ingeval van vermissing van een deelnemer of gewezen deelnemer: tijdelijk pensioen aan degenen die aan zijn overlijden recht op pensioen zouden ontlenen.
2. In het pensioenreglement kunnen pleegkinderen worden gelijkgesteld met kinderen die in familierechtelijke betrekkingen tot de deelnemer of gewezen deelnemer staan.
3. Iedere deelnemer is aan het fonds schuldig een bij het pensioenreglement te bepalen en op actuariële gronden vast te stellen premie, die afhankelijk is van de leeftijd van de deelnemer en de hoogte van de pensioenopbouw.
4. Tot het beroep van notaris of kandidaat-notaris behoren mede werkzaamheden, welke middellijk uit de uitoefening van dat beroep voortvloeien.
5. Het bestuur van het fonds stelt bij reglement algemene regelen vast ter bepaling:
a. welke werkzaamheden middellijk uit het beroep van notaris en kandidaat-notaris voortvloeien;
b. van de beroepswinst van notarissen, alsmede van het inkomen van kandidaat-notarissen.
6. Notarissen, kandidaat-notarissen en overeenkomstig artikel 1aangewezen instellingen, alsmede degenen, die rechten op uitkering ontlenen aan het pensioenreglement, zijn verplicht tot naleving van het bij of krachtens de statuten en de reglementen van het fonds te hunnen aanzien bepaalde.
a. ouderdomspensioen aan deelnemers of gewezen deelnemers;
b. arbeidsongeschiktheidspensioen aan deelnemers;
c. nabestaandenpensioen aan degene die ten tijde van het overlijden van een deelnemer of gewezen deelnemer diens partner was in de zin van het pensioenreglement.
d. bijzonder nabestaandenpensioen aan degene die de partner in de zin van het pensioenreglement is geweest van een overleden deelnemer of gewezen deelnemer doch dit niet meer was ten tijde van diens overlijden.
e. wezenpensioen aan wezen van overleden deelnemers of gewezen deelnemers;
f. ingeval van vermissing van een deelnemer of gewezen deelnemer: tijdelijk pensioen aan degenen die aan zijn overlijden recht op pensioen zouden ontlenen.
2. In het pensioenreglement kunnen pleegkinderen worden gelijkgesteld met kinderen die in familierechtelijke betrekkingen tot de deelnemer of gewezen deelnemer staan.
3. Iedere deelnemer is aan het fonds schuldig een bij het pensioenreglement te bepalen en op actuariële gronden vast te stellen premie, die afhankelijk is van de leeftijd van de deelnemer en de hoogte van de pensioenopbouw.
4. Tot het beroep van notaris of kandidaat-notaris behoren mede werkzaamheden, welke middellijk uit de uitoefening van dat beroep voortvloeien.
5. Het bestuur van het fonds stelt bij reglement algemene regelen vast ter bepaling:
a. welke werkzaamheden middellijk uit het beroep van notaris en kandidaat-notaris voortvloeien;
b. van de beroepswinst van notarissen, alsmede van het inkomen van kandidaat-notarissen.
6. Notarissen, kandidaat-notarissen en overeenkomstig artikel 1aangewezen instellingen, alsmede degenen, die rechten op uitkering ontlenen aan het pensioenreglement, zijn verplicht tot naleving van het bij of krachtens de statuten en de reglementen van het fonds te hunnen aanzien bepaalde.