BWBR0002143
Geldig vanaf 2001-07-06
Artikel 4
Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds
1. Onze Minister van Justitie draagt zorg dat een notarieel pensioenfonds wordt opgericht, doch alleen indien binnen een door hem te stellen termijn een - naar zijn oordeel belangrijke - meerderheid van de notarissen en kandidaat-notarissen gezamenlijk zich voor de oprichting heeft uitgesproken. Onze Minister bepaalt op welke wijze de stemming wordt gehouden. Notarissen of kandidaat-notarissen, die niet aan de stemming deelnemen of blanco stemmen, worden geacht zich voor de oprichting uit te spreken.
2. Het fonds wordt opgericht in de vorm van een stichting bij notariële akte, waarbij zijn doel wordt omschreven. Van de oprichting wordt mededeling gedaan in de Nederlandse Staatscourant.
3. In het bestuur van het fonds moeten notarissen en kandidaat-notarissen zitting hebben.
4. Het bestuur van het fonds stelt met inachtneming van hetgeen de statuten dienaangaande bepalen een pensioenreglement vast. Indien het bestuur het pensioenreglement niet tijdig vaststelt, is Onze Minister van Justitie bevoegd dat reglement voor de eerste maal vast te stellen.
5. Van een wijziging van de statuten alsmede van de vaststelling en wijziging van het pensioenreglement wordt een notariële akte opgemaakt.
6. De statuten en het pensioenreglement benevens de wijzigingen daarin behoeven de voorafgaande goedkeuring van Onze Minister van Justitie. Alvorens deze goedkeuring te verlenen dan wel de statuten of het pensioenreglement voor de eerste maal vast te stellen hoort Onze Minister van Justitie de Pensioen- & Verzekeringskamer. Van de goedkeuring wordt mededeling gedaan in de <em>Nederlandse Staatscourant</em>.
2. Het fonds wordt opgericht in de vorm van een stichting bij notariële akte, waarbij zijn doel wordt omschreven. Van de oprichting wordt mededeling gedaan in de Nederlandse Staatscourant.
3. In het bestuur van het fonds moeten notarissen en kandidaat-notarissen zitting hebben.
4. Het bestuur van het fonds stelt met inachtneming van hetgeen de statuten dienaangaande bepalen een pensioenreglement vast. Indien het bestuur het pensioenreglement niet tijdig vaststelt, is Onze Minister van Justitie bevoegd dat reglement voor de eerste maal vast te stellen.
5. Van een wijziging van de statuten alsmede van de vaststelling en wijziging van het pensioenreglement wordt een notariële akte opgemaakt.
6. De statuten en het pensioenreglement benevens de wijzigingen daarin behoeven de voorafgaande goedkeuring van Onze Minister van Justitie. Alvorens deze goedkeuring te verlenen dan wel de statuten of het pensioenreglement voor de eerste maal vast te stellen hoort Onze Minister van Justitie de Pensioen- & Verzekeringskamer. Van de goedkeuring wordt mededeling gedaan in de <em>Nederlandse Staatscourant</em>.