BWBR0002141
Geldig vanaf 1954-08-25
Artikel 5
Aanpassingstoeslagwet voor gepensionneerden
1. Het bepaalde in de artikelen 5, 6, 9, 13, 15, 16, 17, 18 en 19 van de wet van 5 November 1948, Stb.I 498, is ten aanzien van de aanpassingstoeslag van overeenkomstige toepassing:
a. met uitzondering, wat betreft genoemd artikel 15, ten aanzien van het bepaalde in artikel 104 van de Pensioenwet 1922, Stb. 240, en daarmede overeenkomende artikelen van andere wetten;
b. met dien verstande, dat bij de toepassing van de artikelen 69 en 98 van de Pensioenwet 1922, Stb. 240, en daarmede overeenkomende artikelen van andere wetten de in die artikelen genoemde grensbedragen op de voet van het bepaalde in artikel 3 worden verhoogd.
2. Het bepaalde in artikel 3, eerste, derde en vierde lid van de wet van 9 November 1950, Stb.K 502, is ten aanzien van de aanpassingstoeslag van overeenkomstige toepassing.
a. met uitzondering, wat betreft genoemd artikel 15, ten aanzien van het bepaalde in artikel 104 van de Pensioenwet 1922, Stb. 240, en daarmede overeenkomende artikelen van andere wetten;
b. met dien verstande, dat bij de toepassing van de artikelen 69 en 98 van de Pensioenwet 1922, Stb. 240, en daarmede overeenkomende artikelen van andere wetten de in die artikelen genoemde grensbedragen op de voet van het bepaalde in artikel 3 worden verhoogd.
2. Het bepaalde in artikel 3, eerste, derde en vierde lid van de wet van 9 November 1950, Stb.K 502, is ten aanzien van de aanpassingstoeslag van overeenkomstige toepassing.