Artikel 1
1. In deze wet worden onder overlijden en nabestaanden mede verstaan onderscheidenlijk vermissing en degenen, die aan een vermissing recht op pensioen ontlenen.
2. Voor de toepassing van deze wet worden onder militairen mede verstaan de in artikel 2, eerste lid, van de wet van 4 November 1950, Stb.K. 479, bedoelde personen.
3. Voor de toepassing van deze wet worden onder pensioenen niet begrepen de pensioenen, bedoeld in de artikelen 99en 185 der Grondwet, zomede de pensioenen, welke ten laste van het Rijk komen ingevolge wettelijke garanties of ingevolge overneming van de verplichting tot betaling.
2. Voor de toepassing van deze wet worden onder militairen mede verstaan de in artikel 2, eerste lid, van de wet van 4 November 1950, Stb.K. 479, bedoelde personen.
3. Voor de toepassing van deze wet worden onder pensioenen niet begrepen de pensioenen, bedoeld in de artikelen 99en 185 der Grondwet, zomede de pensioenen, welke ten laste van het Rijk komen ingevolge wettelijke garanties of ingevolge overneming van de verplichting tot betaling.