BWBR0002130
Geldig vanaf 1955-07-01
Artikel 9
Vestigingswet Bedrijven 1954
Indien de Kamer van Koophandel en Fabrieken tot het verlenen van de vergunning is aangewezen, is bevoegd:
a. ingeval de vergunning wordt gevraagd voor een inrichting, die niet gebezigd wordt voor het rondtrekkend uitoefenen van het bedrijf, de Kamer, binnen welker gebied de inrichting is of zal worden gevestigd;
b. in andere gevallen de Kamer, binnen welker gebied de onderneming is of zal worden gevestigd, of, indien de onderneming buiten Nederland is of zal worden gevestigd, de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rotterdam.
a. ingeval de vergunning wordt gevraagd voor een inrichting, die niet gebezigd wordt voor het rondtrekkend uitoefenen van het bedrijf, de Kamer, binnen welker gebied de inrichting is of zal worden gevestigd;
b. in andere gevallen de Kamer, binnen welker gebied de onderneming is of zal worden gevestigd, of, indien de onderneming buiten Nederland is of zal worden gevestigd, de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rotterdam.