Artikel 1
1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
inrichting:een krachtens artikel 4bof 16 aangewezen besloten ruimte of ander ondernemingsonderdeel;
beheerder:degene die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van een krachtens artikel 4aangewezen bedrijf;
bedrijfsleider:degene die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin een krachtens artikel 4aangewezen bedrijf wordt uitgeoefend;
produktschap, hoofdbedrijfschap, bedrijfschap:een produkt-, een hoofdbedrijf- of een bedrijfschap, als bedoeld in artikel 66 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie( Stb.1950, K 22), ingesteld voor ondernemingen, waarin het betrokken bedrijf wordt uitgeoefend;
bedrijfslichaam:een produktschap, hoofdbedrijfschap of een bedrijfschap.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder ondernemingmede verstaan een bedrijf, waarmede niet wordt beoogd het maken van winst.
inrichting:een krachtens artikel 4bof 16 aangewezen besloten ruimte of ander ondernemingsonderdeel;
beheerder:degene die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van een krachtens artikel 4aangewezen bedrijf;
bedrijfsleider:degene die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin een krachtens artikel 4aangewezen bedrijf wordt uitgeoefend;
produktschap, hoofdbedrijfschap, bedrijfschap:een produkt-, een hoofdbedrijf- of een bedrijfschap, als bedoeld in artikel 66 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie( Stb.1950, K 22), ingesteld voor ondernemingen, waarin het betrokken bedrijf wordt uitgeoefend;
bedrijfslichaam:een produktschap, hoofdbedrijfschap of een bedrijfschap.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder ondernemingmede verstaan een bedrijf, waarmede niet wordt beoogd het maken van winst.