BWBR0002089
Geldig vanaf 2006-01-19
Artikel 9c
Pensioen- en spaarfondsenwet
1. Het pensioenfonds stelt een actuariële en bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in het tweede lid en het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9a, 9aa, 9b, 9baen 9d. Het spaarfonds stelt een bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9ben 9d.
2. Een pensioenfonds beschikt over goede administratieve en boekhoudkundige procedures en adequate interne controlemechanismen.
3. In de actuariële en bedrijfstechnische nota wordt een verklaring inzake beleggingsbeginselen opgenomen welke verklaring ten minste onderwerpen omvat als toegepaste wegingsmethoden voor beleggingsrisico's, de risicobeheersprocedures en de strategische allocatie van activa in het licht van de aard en de looptijd van de pensioenverplichtingen. Deze verklaring wordt om de drie jaren en voorts onverwijld na iedere belangrijke wijziging van het beleggingsbeleid herzien.
4. Het bestuur van het fonds legt de in het eerste lid bedoelde nota alsmede iedere wijziging daarvan onverwijld over aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.
5. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan regels stellen met betrekking tot de tijdstippen en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het vierde lid.
2. Een pensioenfonds beschikt over goede administratieve en boekhoudkundige procedures en adequate interne controlemechanismen.
3. In de actuariële en bedrijfstechnische nota wordt een verklaring inzake beleggingsbeginselen opgenomen welke verklaring ten minste onderwerpen omvat als toegepaste wegingsmethoden voor beleggingsrisico's, de risicobeheersprocedures en de strategische allocatie van activa in het licht van de aard en de looptijd van de pensioenverplichtingen. Deze verklaring wordt om de drie jaren en voorts onverwijld na iedere belangrijke wijziging van het beleggingsbeleid herzien.
4. Het bestuur van het fonds legt de in het eerste lid bedoelde nota alsmede iedere wijziging daarvan onverwijld over aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.
5. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan regels stellen met betrekking tot de tijdstippen en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het vierde lid.