BWBR0002089
Geldig vanaf 2006-01-19
Artikel 23j
Pensioen- en spaarfondsenwet
1. De bevoegdheid een boete op te leggen vervalt drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan.
2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij een boete wordt opgelegd.
2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij een boete wordt opgelegd.