BWBR0002089
Geldig vanaf 2006-01-19
Artikel 23e
Pensioen- en spaarfondsenwet
1. Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer voornemens is een boete op te leggen geeft zij de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
2. In afwijking van afdeling 4.1.2. van de Algemene wet bestuursrechtstelt de Pensioen- & Verzekeringskamer de betrokkene in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, tenzij het een overtreding betreft die in de bijlage, de algemene maatregel van bestuur of de regelen, bedoeld in artikel 23c, is aangewezen.
2. In afwijking van afdeling 4.1.2. van de Algemene wet bestuursrechtstelt de Pensioen- & Verzekeringskamer de betrokkene in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, tenzij het een overtreding betreft die in de bijlage, de algemene maatregel van bestuur of de regelen, bedoeld in artikel 23c, is aangewezen.