BWBR0002087
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 4
Wet op de gevaarlijke werktuigen
1. Nadat een keuring als bedoeld in artikel 3 heeft plaats gehad, wordt voor een gevaarlijk werktuig of een beveiligingsmiddel een certificaat van goedkeuring afgegeven, indien het naar het oordeel van degene, die de keuring verrichtte, voldoet aan de krachtens artikel 2 of krachtens het derde lid van artikel 3 vastgestelde voorschriften.
2. Onze Minister kan ten aanzien van bepaalde soorten van gevaarlijke werktuigen en beveiligingsmiddelen het bepaalde in het vorige lid niet van toepassing verklaren. Zodanige werktuigen en beveiligingsmiddelen worden, indien zij naar het oordeel van degene, die de keuring verrichtte, voldoen aan de krachtens artikel 2 of krachtens het derde lid van artikel 3 vastgestelde voorschriften, voorzien van een merk van goedkeuring.
3. In geval voor een het type kenmerkend monster een certificaat van goedkeuring is afgegeven, worden alle gevaarlijke werktuigen of beveiligingsmiddelen, welke geheel overeenkomstig dit monster zijn vervaardigd, zonder nadere keuring van een merk van goedkeuring voorzien, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald.
4. Onze Minister kan bepalingen vaststellen omtrent het waarmerken en bewaren van goedgekeurde, het type kenmerkende monsters.
5. Onze Minister kan bepalingen vaststellen betreffende aard, inhoud, vorm en geldigheidsduur van certificaten en merken van goedkeuring.
6. Onze Minister kan bepaalde, in het buitenland afgegeven certificaten van goedkeuring of één of meer in het buitenland aangebrachte merken van goedkeuring, hetzij voor alle, hetzij voor bepaalde gevaarlijke werktuigen of beveiligingsmiddelen met de in deze wet bedoelde certificaten of merken gelijk stellen. Tevens kan Onze Minister bepalen, dat deze certificaten ter waarmerking moeten worden aangeboden aan daartoe door hem aangewezen ambtenaren.
2. Onze Minister kan ten aanzien van bepaalde soorten van gevaarlijke werktuigen en beveiligingsmiddelen het bepaalde in het vorige lid niet van toepassing verklaren. Zodanige werktuigen en beveiligingsmiddelen worden, indien zij naar het oordeel van degene, die de keuring verrichtte, voldoen aan de krachtens artikel 2 of krachtens het derde lid van artikel 3 vastgestelde voorschriften, voorzien van een merk van goedkeuring.
3. In geval voor een het type kenmerkend monster een certificaat van goedkeuring is afgegeven, worden alle gevaarlijke werktuigen of beveiligingsmiddelen, welke geheel overeenkomstig dit monster zijn vervaardigd, zonder nadere keuring van een merk van goedkeuring voorzien, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald.
4. Onze Minister kan bepalingen vaststellen omtrent het waarmerken en bewaren van goedgekeurde, het type kenmerkende monsters.
5. Onze Minister kan bepalingen vaststellen betreffende aard, inhoud, vorm en geldigheidsduur van certificaten en merken van goedkeuring.
6. Onze Minister kan bepaalde, in het buitenland afgegeven certificaten van goedkeuring of één of meer in het buitenland aangebrachte merken van goedkeuring, hetzij voor alle, hetzij voor bepaalde gevaarlijke werktuigen of beveiligingsmiddelen met de in deze wet bedoelde certificaten of merken gelijk stellen. Tevens kan Onze Minister bepalen, dat deze certificaten ter waarmerking moeten worden aangeboden aan daartoe door hem aangewezen ambtenaren.