BWBR0002087
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 12
Wet op de gevaarlijke werktuigen
1. Onze Minister wijst ambtenaren aan, die bevoegd zijn om gevaarlijke werktuigen en beveiligingsmiddelen te beproeven of te onderzoeken, te doen beproeven of te doen onderzoeken, dan wel schriftelijk en gedagtekend herstelling of behandeling binnen een daarbij vast te stellen termijn te eisen, alsmede om gevaarlijke werktuigen en beveiligingsmiddelen, waarvan bij een beproeving of onderzoek blijkt, dat zij niet aan de krachtens deze wet gegeven voorschriften voldoen, ten bewijze daarvan voorzien van een merk van afkeuring. Door het aanbrengen van een merk van afkeuring op een gevaarlijk werktuig of beveiligingsmiddel verliest een voor dat werktuig of beveiligingsmiddel afgegeven certificaat van goedkeuring of een op dat werktuig of beveiligingsmiddel aangebracht merk van goedkeuring van rechtswege zijn geldigheid. Een krachtens de eerste zin gestelde eis moet worden nageleefd door degene aan wie hij is gesteld.
2. Aan een beproeving of onderzoek als bedoeld in het vorige lid zijn voor de eigenaar of de houder van het gevaarlijke werktuig of het beveiligingsmiddel geen kosten verbonden.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere bepalingen worden vastgesteld betreffende merken van afkeuring en de verwijdering ervan.
2. Aan een beproeving of onderzoek als bedoeld in het vorige lid zijn voor de eigenaar of de houder van het gevaarlijke werktuig of het beveiligingsmiddel geen kosten verbonden.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere bepalingen worden vastgesteld betreffende merken van afkeuring en de verwijdering ervan.