BWBR0002068
Geldig vanaf 1951-02-07
Artikel 8
Wet Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen
1. In de gevallen van herbouw van schoolgebouwen, bedoeld in artikel 84 en in het eerste en vijfde lid van artikel 205 der Lager-onderwijswet 1920, daaronder begrepen wederaanschaffing en herstel van schoolmeubelen of van leer- of hulpmiddelen, wordt, in afwijking in zoverre van het bepaalde in het vorige artikel, een vergoeding toegekend, berekend overeenkomstig de artikelen 11, eerste en tweede lid, en 12 van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden.
2. In de gevallen van herbouw, bedoeld in het vorige lid, wordt, mits deze in dezelfde gemeente plaats vindt, aan die gemeente een jaarlijkse vergoeding toegekend tot het bedrag, waarmede de op de voet van artikel 79, vijfde lid, der Lager-onderwijswet 1920 berekende rente over de kosten van het herstel der oorlogsschade, het bedrag der door de gemeente laatstelijk voor het oorspronkelijke schoolgebouw, de schoolmeubelen en leer- en hulpmiddelen daaronder begrepen, verschuldigde jaarlijkse uitkering, bedoeld in artikel 84 of in het eerste of vijfde lid van artikel 205 der Lager-onderwijswet 1920, overtreft. De jaarlijkse vergoeding wordt toegekend met ingang van het tijdstip, waarop de herbouw is voltooid, tot het tijdstip, waarop sedert de totstandkoming van het oorspronkelijke gebouw zestig jaren zijn verstreken.
2. In de gevallen van herbouw, bedoeld in het vorige lid, wordt, mits deze in dezelfde gemeente plaats vindt, aan die gemeente een jaarlijkse vergoeding toegekend tot het bedrag, waarmede de op de voet van artikel 79, vijfde lid, der Lager-onderwijswet 1920 berekende rente over de kosten van het herstel der oorlogsschade, het bedrag der door de gemeente laatstelijk voor het oorspronkelijke schoolgebouw, de schoolmeubelen en leer- en hulpmiddelen daaronder begrepen, verschuldigde jaarlijkse uitkering, bedoeld in artikel 84 of in het eerste of vijfde lid van artikel 205 der Lager-onderwijswet 1920, overtreft. De jaarlijkse vergoeding wordt toegekend met ingang van het tijdstip, waarop de herbouw is voltooid, tot het tijdstip, waarop sedert de totstandkoming van het oorspronkelijke gebouw zestig jaren zijn verstreken.