BWBR0002068
Geldig vanaf 1951-02-07
Artikel 5
Wet Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen
1. Tegen de besluiten tot toekenning of weigering van een vergoeding, bedoeld in de artikelen 7, 8, 9, 10en 11, kunnen de belanghebbende publiekrechtelijke lichamen binnen drie maanden, te rekenen van de dag van verzending van het besluit, bij Ons voorziening vragen.
2. Tegen een besluit tot weigering van een vergoeding, bedoeld in de artikelen 13en 14, kunnen de belanghebbende publiekrechtelijke lichamen op gelijke wijze, als in het eerste lid is omschreven, bij Ons voorziening vragen, indien de weigering is gegrond op het feit, dat de belanghebbende geen publiekrechtelijk lichaam is. Bij een besluit tot weigering van een vergoeding, bedoeld in de artikelen 13en 14, moet de reden van de weigering worden vermeld.
3. Indien bij Ons voorziening wordt gevraagd tegen een besluit, bedoeld in de artikelen 7, 8en 9, wijken Wij van het advies van de Raad van State slechts af, indien Ons de voordracht mede wordt gedaan door Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Wederopbouw en Volkshuisvesting en, voorzover het waterstaatswerken dan wel cultuurtechnische werken betreft, mede door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, respectievelijk van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening.
2. Tegen een besluit tot weigering van een vergoeding, bedoeld in de artikelen 13en 14, kunnen de belanghebbende publiekrechtelijke lichamen op gelijke wijze, als in het eerste lid is omschreven, bij Ons voorziening vragen, indien de weigering is gegrond op het feit, dat de belanghebbende geen publiekrechtelijk lichaam is. Bij een besluit tot weigering van een vergoeding, bedoeld in de artikelen 13en 14, moet de reden van de weigering worden vermeld.
3. Indien bij Ons voorziening wordt gevraagd tegen een besluit, bedoeld in de artikelen 7, 8en 9, wijken Wij van het advies van de Raad van State slechts af, indien Ons de voordracht mede wordt gedaan door Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Wederopbouw en Volkshuisvesting en, voorzover het waterstaatswerken dan wel cultuurtechnische werken betreft, mede door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, respectievelijk van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening.