BWBR0002068
Geldig vanaf 1951-02-07
Artikel 3
Wet Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen
1. De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 7, 8, 9en 13, worden toegekend door Onze Minister van Financiën, de Commissie Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen gehoord. In de regelen, bedoeld in artikel 15, kan worden bepaald in welke gevallen de commissie niet behoeft te worden gehoord.
2. De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 10en 11, worden toegekend door Onze Ministers van Financiën, van Binnenlandse Zaken en van Wederopbouw en Volkshuisvesting, Gedeputeerde Staten en de Commissie Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen gehoord.
3. De vergoedingen, bedoeld in artikel 14, worden toegekend door Onze Minister van Financiën.
4. De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 7, 8en 10, worden niet uitbetaald, tenzij de zekerheid bestaat, dat tot het bedrag der gevraagde uitbetaling uitgaven zijn of zullen worden gedaan voor het herstel van de oorlogsschade en de uitvoering van de wederopbouwplannen.
5. De met de toekenning van een vergoeding belaste Ministers kunnen bepalen, dat deze vergoeding slechts geleidelijk op nader door hen vast te stellen tijdstippen wordt uitbetaald, alsmede dat zij wordt toegekend, hetzij in de vorm van een uitkering van de hoofdsom, hetzij in de vorm van een redelijke vergoeding van rente en aflossing van door de publiekrechtelijke lichamen zelf gefinancierde bedragen.
2. De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 10en 11, worden toegekend door Onze Ministers van Financiën, van Binnenlandse Zaken en van Wederopbouw en Volkshuisvesting, Gedeputeerde Staten en de Commissie Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen gehoord.
3. De vergoedingen, bedoeld in artikel 14, worden toegekend door Onze Minister van Financiën.
4. De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 7, 8en 10, worden niet uitbetaald, tenzij de zekerheid bestaat, dat tot het bedrag der gevraagde uitbetaling uitgaven zijn of zullen worden gedaan voor het herstel van de oorlogsschade en de uitvoering van de wederopbouwplannen.
5. De met de toekenning van een vergoeding belaste Ministers kunnen bepalen, dat deze vergoeding slechts geleidelijk op nader door hen vast te stellen tijdstippen wordt uitbetaald, alsmede dat zij wordt toegekend, hetzij in de vorm van een uitkering van de hoofdsom, hetzij in de vorm van een redelijke vergoeding van rente en aflossing van door de publiekrechtelijke lichamen zelf gefinancierde bedragen.