BWBR0002051
Geldig vanaf 1950-01-01
Artikel 3
Besluit instelling examens ter verkrijging getuigschrift tolk-vertaler
De vereisten zijn:
a. degelijke kennis van de spraakkunst, zowel van de vormleer als van de syntaxis;
b. het maken van een schriftelijke vertaling van een niet te gemakkelijk stuk proza, betrekking hebbende op het maatschappelijk leven in de ruimste zin, uit het Nederlands in de vreemde taal;
c. het maken van een schriftelijke vertaling van een niet te gemakkelijk stuk proza, betrekking hebbende op het maatschappelijk leven in de ruimste zin, uit de vreemde taal in het Nederlands;
d. het schrijven van ten hoogste drie brieven in de vreemde taal, betrekking hebbende op het maatschappelijk leven in de ruimste zin;
e. het geven van een korte mondelinge dan wel schriftelijke samenvatting in het Nederlands van een stuk proza in de vreemde taal alsmede het geven van een korte mondelinge dan wel schriftelijke samenvatting in de vreemde taal van een stuk proza in het Nederlands;
f. kennis van land en volk in Nederland en in het land waar de vreemde taal als eerste taal geldt;
g. vaardigheid van het tolken tussen sprekers in het Nederlands en sprekers in de vreemde taal;
h. vaardigheid in het spreken;
i. een goede uitspraak.
a. degelijke kennis van de spraakkunst, zowel van de vormleer als van de syntaxis;
b. het maken van een schriftelijke vertaling van een niet te gemakkelijk stuk proza, betrekking hebbende op het maatschappelijk leven in de ruimste zin, uit het Nederlands in de vreemde taal;
c. het maken van een schriftelijke vertaling van een niet te gemakkelijk stuk proza, betrekking hebbende op het maatschappelijk leven in de ruimste zin, uit de vreemde taal in het Nederlands;
d. het schrijven van ten hoogste drie brieven in de vreemde taal, betrekking hebbende op het maatschappelijk leven in de ruimste zin;
e. het geven van een korte mondelinge dan wel schriftelijke samenvatting in het Nederlands van een stuk proza in de vreemde taal alsmede het geven van een korte mondelinge dan wel schriftelijke samenvatting in de vreemde taal van een stuk proza in het Nederlands;
f. kennis van land en volk in Nederland en in het land waar de vreemde taal als eerste taal geldt;
g. vaardigheid van het tolken tussen sprekers in het Nederlands en sprekers in de vreemde taal;
h. vaardigheid in het spreken;
i. een goede uitspraak.