BWBR0002008
Geldig vanaf 1944-09-04
Artikel 38
Besluit Buitengewone Rechtspleging
1. De verdachte kan ter terechtzitting van den Bijzonderen Raad van Cassatie omtrent zijn persoon en zijn persoonlijke omstandigheden worden gehoord.
2. Te dien einde kan de Bijzondere Raad van Cassatie, indien de verdachte op den bepaalden rechtsdag niet ter terechtzitting aanwezig is, zoowel bij den aanvang als gedurende den loop van de behandeling der zaak bevelen, dat hij op een door den Raad te bepalen tijdstip ter terechtzitting aanwezig zal zijn en daartoe tevens zijne medebrenging gelasten.
3. Het bepaalde in artikel 310 van het Wetboek van Strafvorderingis ook voor de behandeling der zaak in cassatie van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat hetgeen daar ten aanzien van de rechtbank en den officier van justitie is bepaald, ten deze geldt voor den Bijzonderen Raad van Cassatie en den procureur-fiscaal bij dien Raad.
4. Indien de Bijzondere Raad van Cassatie een nader onderzoek naar de omstandigheden, waaronder het misdrijf is begaan, of naar den persoon of de persoonlijke omstandigheden van den verdachte noodzakelijk oordeelt, zijn de artikelen 316en 317 van het Wetboek van Strafvorderingvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat hetgeen daar ten aanzien van de rechtbank, den officier van justitie en den rechter-commissaris is bepaald, ten deze geldt voor den Bijzonderen Raad van Cassatie, den procureur-generaal bij dien Raad en den raadsheer-commissaris bij het Bijzondere Gerechtshof dat in eersten aanleg uitspraak heeft gedaan.
2. Te dien einde kan de Bijzondere Raad van Cassatie, indien de verdachte op den bepaalden rechtsdag niet ter terechtzitting aanwezig is, zoowel bij den aanvang als gedurende den loop van de behandeling der zaak bevelen, dat hij op een door den Raad te bepalen tijdstip ter terechtzitting aanwezig zal zijn en daartoe tevens zijne medebrenging gelasten.
3. Het bepaalde in artikel 310 van het Wetboek van Strafvorderingis ook voor de behandeling der zaak in cassatie van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat hetgeen daar ten aanzien van de rechtbank en den officier van justitie is bepaald, ten deze geldt voor den Bijzonderen Raad van Cassatie en den procureur-fiscaal bij dien Raad.
4. Indien de Bijzondere Raad van Cassatie een nader onderzoek naar de omstandigheden, waaronder het misdrijf is begaan, of naar den persoon of de persoonlijke omstandigheden van den verdachte noodzakelijk oordeelt, zijn de artikelen 316en 317 van het Wetboek van Strafvorderingvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat hetgeen daar ten aanzien van de rechtbank, den officier van justitie en den rechter-commissaris is bepaald, ten deze geldt voor den Bijzonderen Raad van Cassatie, den procureur-generaal bij dien Raad en den raadsheer-commissaris bij het Bijzondere Gerechtshof dat in eersten aanleg uitspraak heeft gedaan.