BWBR0002008
Geldig vanaf 1944-09-04
Artikel 22
Besluit Buitengewone Rechtspleging
1. Door of vanwege Onzen Minister van Justitie kan ook aan andere dan de in het voorgaande artikelbedoelde personen de opsporing der daar genoemde feiten worden opgedragen en kan, in afwijking van het in artikel 146, eerste lid, van het Wetboek van Strafvorderingbepaalde, de bevoegdheid van personen, belast met de opsporing dier feiten, worden uitgebreid buiten het grondgebied, waarvoor zij zijn aangesteld. Insgelijks kunnen met betrekking tot de opsporing dier feiten andere dan de in artikel 146a van dat Wetboekvermelde personen door of vanwege Onzen genoemden Minister met hulpofficieren van justitie worden gelijkgesteld.
2. Tenzij Onze Minister van Justitie anders mocht bepalen, is de procureur-fiscaal bij het Bijzondere Gerechtshof gemachtigd tot eenige beschikking, als in het voorgaande lid bedoeld, voor zoover betreft de opsporing binnen zijn ressort door een of meer bepaalde, in de beschikking met name te noemen personen.
3. De beschikkingen, in dit artikel bedoeld, kunnen te allen tijde worden ingetrokken, hetzij door Onzen Minister van Justitie, hetzij door dengeen, door wien zij van zijnentwege zijn genomen.
2. Tenzij Onze Minister van Justitie anders mocht bepalen, is de procureur-fiscaal bij het Bijzondere Gerechtshof gemachtigd tot eenige beschikking, als in het voorgaande lid bedoeld, voor zoover betreft de opsporing binnen zijn ressort door een of meer bepaalde, in de beschikking met name te noemen personen.
3. De beschikkingen, in dit artikel bedoeld, kunnen te allen tijde worden ingetrokken, hetzij door Onzen Minister van Justitie, hetzij door dengeen, door wien zij van zijnentwege zijn genomen.