BWBR0001912
Geldig vanaf 11-06-1922
Artikel 10
Besluit ex artikel 6 Veewet
Het ontsmetten geschiedt met de volgende middelen:
a. hitte in den vorm van: 1. vuur, als gloeiend of vlammend vuur om vuurvaste metalen voorwerpen een lichten graad van roode gloeihitte te doen ondergaan, of als de vlam eener blaas- of schroeilamp om de oppervlakte van voorwerpen af te zengen of te schroeien (zoogenaamd flambeeren);
2. heete lucht;
3. stoom;
4. kokend water;
1. vuur, als gloeiend of vlammend vuur om vuurvaste metalen voorwerpen een lichten graad van roode gloeihitte te doen ondergaan, of als de vlam eener blaas- of schroeilamp om de oppervlakte van voorwerpen af te zengen of te schroeien (zoogenaamd flambeeren);
2. heete lucht;
3. stoom;
4. kokend water;
b. scheikundig werkende stoffen en wel: 5. creoline, vermengd met water in verhouding van 3 deelen creoline in 100 deelen water. In bepaalde gevallen, ter beoordeeling van den inspecteur-districtshoofd, kunnen sterkere mengsels worden aangewend. In bijzondere gevallen kan houtwerk door middel van een kwast met onverdunde creoline worden bestreken;
6. lysol, vermengd met water in verhouding van 3 deelen lysol in 100 deelen water. In bepaalde gevallen, ter beoordeeling van den inspecteur-districtshoofd, kunnen sterkere oplossingen, van 5 tot 10 pct. worden gebruikt.
7. carbolzuur als carbolwater, waaronder voor dit doel verstaan wordt 5 deelen zuiver carbolzuur op 100 deelen water;
8. sublimaat (kwikchloride, chloretum hydrargyricum) als sublimaatwater, waaronder voor dit doel moet worden verstaan eene oplossing van 1 deel sublimaat op 1000 deelen water. Hiervoor kan men gebruiken 1 pastille van 1 gram op 1 liter warm water.
9. formaldehydeoplossing (formaline) in verhouding van 30 deelen formaline in 1 liter water.
10. gebrande kalk in den vorm van stukjes en grof poeder en van kalkmelk, de laatste gemaakt door vermenging van 1 deel gebrande kalk met 5 deelen water.
11. chloorkalk met ten minste 20 pct. werkzaam chloor in den vorm van poeder en van chloorkalkmelk, gemaakt door vermenging van 1 deel chloorkalk met 5 deelen water.
12. teer, inzonderheid voor het ontsmetten van houtwerk.
13. andere, nader door Onzen Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel vast te stellen ontsmettingsmiddelen.
5. creoline, vermengd met water in verhouding van 3 deelen creoline in 100 deelen water. In bepaalde gevallen, ter beoordeeling van den inspecteur-districtshoofd, kunnen sterkere mengsels worden aangewend. In bijzondere gevallen kan houtwerk door middel van een kwast met onverdunde creoline worden bestreken;
6. lysol, vermengd met water in verhouding van 3 deelen lysol in 100 deelen water. In bepaalde gevallen, ter beoordeeling van den inspecteur-districtshoofd, kunnen sterkere oplossingen, van 5 tot 10 pct. worden gebruikt.
7. carbolzuur als carbolwater, waaronder voor dit doel verstaan wordt 5 deelen zuiver carbolzuur op 100 deelen water;
8. sublimaat (kwikchloride, chloretum hydrargyricum) als sublimaatwater, waaronder voor dit doel moet worden verstaan eene oplossing van 1 deel sublimaat op 1000 deelen water. Hiervoor kan men gebruiken 1 pastille van 1 gram op 1 liter warm water.
9. formaldehydeoplossing (formaline) in verhouding van 30 deelen formaline in 1 liter water.
10. gebrande kalk in den vorm van stukjes en grof poeder en van kalkmelk, de laatste gemaakt door vermenging van 1 deel gebrande kalk met 5 deelen water.
11. chloorkalk met ten minste 20 pct. werkzaam chloor in den vorm van poeder en van chloorkalkmelk, gemaakt door vermenging van 1 deel chloorkalk met 5 deelen water.
12. teer, inzonderheid voor het ontsmetten van houtwerk.
13. andere, nader door Onzen Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel vast te stellen ontsmettingsmiddelen.
a. hitte in den vorm van: 1. vuur, als gloeiend of vlammend vuur om vuurvaste metalen voorwerpen een lichten graad van roode gloeihitte te doen ondergaan, of als de vlam eener blaas- of schroeilamp om de oppervlakte van voorwerpen af te zengen of te schroeien (zoogenaamd flambeeren);
2. heete lucht;
3. stoom;
4. kokend water;
1. vuur, als gloeiend of vlammend vuur om vuurvaste metalen voorwerpen een lichten graad van roode gloeihitte te doen ondergaan, of als de vlam eener blaas- of schroeilamp om de oppervlakte van voorwerpen af te zengen of te schroeien (zoogenaamd flambeeren);
2. heete lucht;
3. stoom;
4. kokend water;
b. scheikundig werkende stoffen en wel: 5. creoline, vermengd met water in verhouding van 3 deelen creoline in 100 deelen water. In bepaalde gevallen, ter beoordeeling van den inspecteur-districtshoofd, kunnen sterkere mengsels worden aangewend. In bijzondere gevallen kan houtwerk door middel van een kwast met onverdunde creoline worden bestreken;
6. lysol, vermengd met water in verhouding van 3 deelen lysol in 100 deelen water. In bepaalde gevallen, ter beoordeeling van den inspecteur-districtshoofd, kunnen sterkere oplossingen, van 5 tot 10 pct. worden gebruikt.
7. carbolzuur als carbolwater, waaronder voor dit doel verstaan wordt 5 deelen zuiver carbolzuur op 100 deelen water;
8. sublimaat (kwikchloride, chloretum hydrargyricum) als sublimaatwater, waaronder voor dit doel moet worden verstaan eene oplossing van 1 deel sublimaat op 1000 deelen water. Hiervoor kan men gebruiken 1 pastille van 1 gram op 1 liter warm water.
9. formaldehydeoplossing (formaline) in verhouding van 30 deelen formaline in 1 liter water.
10. gebrande kalk in den vorm van stukjes en grof poeder en van kalkmelk, de laatste gemaakt door vermenging van 1 deel gebrande kalk met 5 deelen water.
11. chloorkalk met ten minste 20 pct. werkzaam chloor in den vorm van poeder en van chloorkalkmelk, gemaakt door vermenging van 1 deel chloorkalk met 5 deelen water.
12. teer, inzonderheid voor het ontsmetten van houtwerk.
13. andere, nader door Onzen Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel vast te stellen ontsmettingsmiddelen.
5. creoline, vermengd met water in verhouding van 3 deelen creoline in 100 deelen water. In bepaalde gevallen, ter beoordeeling van den inspecteur-districtshoofd, kunnen sterkere mengsels worden aangewend. In bijzondere gevallen kan houtwerk door middel van een kwast met onverdunde creoline worden bestreken;
6. lysol, vermengd met water in verhouding van 3 deelen lysol in 100 deelen water. In bepaalde gevallen, ter beoordeeling van den inspecteur-districtshoofd, kunnen sterkere oplossingen, van 5 tot 10 pct. worden gebruikt.
7. carbolzuur als carbolwater, waaronder voor dit doel verstaan wordt 5 deelen zuiver carbolzuur op 100 deelen water;
8. sublimaat (kwikchloride, chloretum hydrargyricum) als sublimaatwater, waaronder voor dit doel moet worden verstaan eene oplossing van 1 deel sublimaat op 1000 deelen water. Hiervoor kan men gebruiken 1 pastille van 1 gram op 1 liter warm water.
9. formaldehydeoplossing (formaline) in verhouding van 30 deelen formaline in 1 liter water.
10. gebrande kalk in den vorm van stukjes en grof poeder en van kalkmelk, de laatste gemaakt door vermenging van 1 deel gebrande kalk met 5 deelen water.
11. chloorkalk met ten minste 20 pct. werkzaam chloor in den vorm van poeder en van chloorkalkmelk, gemaakt door vermenging van 1 deel chloorkalk met 5 deelen water.
12. teer, inzonderheid voor het ontsmetten van houtwerk.
13. andere, nader door Onzen Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel vast te stellen ontsmettingsmiddelen.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001912
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl