BWBR0001896
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 31
Vleeskeuringswet
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast:
a. de bij besluit van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid;
b. de aan de keuringsdienst verbonden dierenartsen en keurmeesters van slachtdieren en van vlees;
c. de bij besluit van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen ambtenaren.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder aen c, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, in gevallen waarin zulks naar zijn oordeel in het belang van een doelmatig toezicht geboden is, aan het hoofd van de keuringsdienst met betrekking tot de uitoefening van het toezicht door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren van zijn dienst een bindende aanwijzing geven.
a. de bij besluit van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid;
b. de aan de keuringsdienst verbonden dierenartsen en keurmeesters van slachtdieren en van vlees;
c. de bij besluit van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen ambtenaren.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder aen c, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, in gevallen waarin zulks naar zijn oordeel in het belang van een doelmatig toezicht geboden is, aan het hoofd van de keuringsdienst met betrekking tot de uitoefening van het toezicht door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren van zijn dienst een bindende aanwijzing geven.