BWBR0001896
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 2
Vleeskeuringswet
1. Deze wet verstaat onder:
a. vlees: gestorven of gedode slachtdieren, of delen van deze, daaronder begrepen ongeboren vruchten, mits die dieren of die delen noch verduurzaamd, tenzij door afkoeling, noch toebereid zijn. Van de voorgaande bepaling zijn uitgezonderd hoornen, hoeven, klauwen, borstels, wol, huiden, voor zover deze laatste niet afkomstig zijn van varkens, en andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven, voor technische doeleinden of voor voedering van dieren bestemde, delen;
b. vleeswaren: verduurzaamd, tenzij door afkoeling, of toebereid vlees, ook indien het met andere stoffen vermengd is, met uitzondering van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen vleesproducten.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid voorschriften gegeven betreffende het verduurzamen en toebereiden van vlees en wordt bepaald, welke stoffen bij het bereiden van vleeswaren niet mogen worden gebruikt.
a. vlees: gestorven of gedode slachtdieren, of delen van deze, daaronder begrepen ongeboren vruchten, mits die dieren of die delen noch verduurzaamd, tenzij door afkoeling, noch toebereid zijn. Van de voorgaande bepaling zijn uitgezonderd hoornen, hoeven, klauwen, borstels, wol, huiden, voor zover deze laatste niet afkomstig zijn van varkens, en andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven, voor technische doeleinden of voor voedering van dieren bestemde, delen;
b. vleeswaren: verduurzaamd, tenzij door afkoeling, of toebereid vlees, ook indien het met andere stoffen vermengd is, met uitzondering van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen vleesproducten.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid voorschriften gegeven betreffende het verduurzamen en toebereiden van vlees en wordt bepaald, welke stoffen bij het bereiden van vleeswaren niet mogen worden gebruikt.