BWBR0001896
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 19
Vleeskeuringswet
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter wering van voor de volksgezondheid schadelijke producten eisen worden gesteld, waaraan slachterijen, uitsnijderijen, vleeswinkels, bewaarplaatsen van vlees, vleeswarenfabrieken, vetsmelterijen, inrichtingen tot bewaring van bloed en bloedplasma en tot verwerking van bloed tot bloedplasma of bloedplasmapoeder en andere inrichtingen, bestemd tot of gebruikt voor het bewerken, voorverpakken of verduurzamen van vlees of het bereiden, bewerken of voorverpakken van vleeswaren moeten voldoen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen
a. regels worden gesteld ter zake van het gebruik van inrichtingen als bedoeld in het eerste lid en de daarin aanwezige toestellen en gereedschappen;
b. eisen worden gesteld waaraan 1°. personen die in een inrichting als bedoeld in het eerste lid werkzaam zijn, moeten voldoen voor wat betreft hun gezondheidstoestand en hun persoonlijke hygiëne en
2°. het vlees en de vleeswaren welke in een inrichting als bedoeld in het eerste lid aanwezig zijn, moeten voldoen.
1°. personen die in een inrichting als bedoeld in het eerste lid werkzaam zijn, moeten voldoen voor wat betreft hun gezondheidstoestand en hun persoonlijke hygiëne en
2°. het vlees en de vleeswaren welke in een inrichting als bedoeld in het eerste lid aanwezig zijn, moeten voldoen.
3. Het is verboden bij wege van bedrijf:
a. te slachten,
b. vlees te bewaren, te bewerken, voor te verpakken, te verduurzamen of te verkopen,
c. vleeswaren te bewaren, te bereiden, te bewerken of voor te verpakken,
elders dan in inrichtingen, bedoeld in het eerste lid, die aan de daaraan krachtens dat lid gestelde eisen voldoen, die overeenkomstig de krachtens het tweede lid, onder a, gestelde regels worden gebruikt, waar ten aanzien van het gebruik van daarin aanwezige toestellen en gereedschappen aan de krachtens laatstgenoemde bepaling gestelde regels wordt voldaan of waar de daarin werkzame personen, het daarin aanwezige vlees of de daarin aanwezige vleeswaren aan de krachtens het tweede lid, onder b1° onderscheidenlijk 2°, gestelde eisen voldoen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen
a. regels worden gesteld ter zake van het gebruik van inrichtingen als bedoeld in het eerste lid en de daarin aanwezige toestellen en gereedschappen;
b. eisen worden gesteld waaraan 1°. personen die in een inrichting als bedoeld in het eerste lid werkzaam zijn, moeten voldoen voor wat betreft hun gezondheidstoestand en hun persoonlijke hygiëne en
2°. het vlees en de vleeswaren welke in een inrichting als bedoeld in het eerste lid aanwezig zijn, moeten voldoen.
1°. personen die in een inrichting als bedoeld in het eerste lid werkzaam zijn, moeten voldoen voor wat betreft hun gezondheidstoestand en hun persoonlijke hygiëne en
2°. het vlees en de vleeswaren welke in een inrichting als bedoeld in het eerste lid aanwezig zijn, moeten voldoen.
3. Het is verboden bij wege van bedrijf:
a. te slachten,
b. vlees te bewaren, te bewerken, voor te verpakken, te verduurzamen of te verkopen,
c. vleeswaren te bewaren, te bereiden, te bewerken of voor te verpakken,
elders dan in inrichtingen, bedoeld in het eerste lid, die aan de daaraan krachtens dat lid gestelde eisen voldoen, die overeenkomstig de krachtens het tweede lid, onder a, gestelde regels worden gebruikt, waar ten aanzien van het gebruik van daarin aanwezige toestellen en gereedschappen aan de krachtens laatstgenoemde bepaling gestelde regels wordt voldaan of waar de daarin werkzame personen, het daarin aanwezige vlees of de daarin aanwezige vleeswaren aan de krachtens het tweede lid, onder b1° onderscheidenlijk 2°, gestelde eisen voldoen.